De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/5.7:5.7 Samenvatting en conclusie
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/5.7
5.7 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS382889:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk besprak ik de interne verhoudingen in de BV. Het gaat daarbij om de onderlinge betrekkingen tussen de kapitaalverschaffer, de algemene vergadering, het bestuur van de vennootschap en de vennootschap. Deze verhoudingen kunnen vanuit de rechtseconomie benaderd worden door de principal-agent theory. De kapitaalverschaffers zonder stemrecht moeten zich ervan kunnen verzekeren dat ook hun belang door de diverse actoren in het vennootschappelijk verband wordt gediend. In de flex-BV blijft de beslotenheid een van de factoren die de interne verhoudingen bepaalt. Datzelfde geldt voor de aard van de samenwerking in of door middel van de BV. Beide factoren, doch niet uitsluitend deze factoren, vullen de (rechts)normen in de interne verhoudingen in. Het vennootschappelijk belang dient als richtsnoer voor het handelen van het bestuur en de raad van commissarissen van de BV. De wetgever lijkt uit te gaan van de gecombineerde opvatting van het vennootschappelijk belang. Het bestuur is autonoom in de uitoefening van zijn taak en bevoegdheden. De dualistische structuur is in de flex-BV gehandhaafd. De algemene vergadering kan een statutaire instructiebevoegdheid jegens het bestuur hebben. De instructiebevoegdheid is een inbreuk op de dualistische structuur en de autonomie van het bestuur. De statuten kunnen bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een ander orgaan van de vennootschap. Het bestuur is gehouden de aanwijzingen op te volgen, tenzij deze in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Daaronder valt ook het belang van de kapitaalverschaffer zonder stemrecht. Op grond van het orgaanbegrip van art. 2:189a BW kan ook aan de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders instructiebevoegdheid toekomen. Naar mijn mening kan aan meerdere organen een statutaire instructiebevoegdheid ex art. 2:239 lid 4 BW worden toegekend. De vrijheid van de aandeelhouder zijn stemrecht uit te oefenen wordt begrensd door de norm van art. 2:8 BW en het vennootschappelijk belang. Zijn stemgedrag zal aan die norm getoetst (kunnen) worden.