Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.7.4:11.7.4 Andere besluiten
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.7.4
11.7.4 Andere besluiten
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS601955:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
583. Jurisprudentie over hetgeen heeft te gelden als kennis van de ava ten aanzien van andere besluiten dan decharge en ontslag op staande voet is mij niet bekend. Elke stelling daarover is dus tot op zekere hoogte speculatief. De ava kan een groot aantal verschillende besluiten met externe werking nemen1 en die verschillen van karakter. Het lijkt daarom gewaagd om een vuistregel te geven voor de beantwoording van de vraag of de kennis die een meerderheidsaandeelhouder heeft opgedaan in andere hoedanigheid dan als deelnemer aan de algemene vergadering, heeft te gelden als kennis van de ava. Niettemin meen ik dat zo’n vuistregel wel te formuleren is, al biedt die maar beperkt houvast. In mijn visie dient voor elk extern werkend besluit van de ava het uitgangspunt te zijn dat de kennis van de ava beperkt is tot hetgeen in het kader van de ava aan de aandeelhouders bekend is gemaakt. De wetgever heeft de besluitvorming nu eenmaal opgedragen aan de ava, niet aan een ‘losse’ meerderheid van de aandeelhouders. Uitgangspunt van de wet is dat een besluit van de ava de vrucht is van onderling overleg.2 De kennis die het orgaan ava draagt bij dat besluit, moet dus in beginsel de informatie betreffen die tijdens dat overleg aan de orde is geweest of ten behoeve van dat overleg beschikbaar was. Een aandeelhoudersbesluit kan ook niet buiten de andere aandeelhouders om door de meerderheidsaandeelhouder alleen worden genomen (art. 2:128 BW/2:238 BW). De kennis van de individuele aandeelhouder kan mede daarom niet zomaar worden gelijkgesteld met die van de ava en daarmee van de vennootschap. Vanzelfsprekend is dit niet meer dan een uitgangspunt. De omstandigheden van het geval kunnen enerzijds meebrengen dat de kennis van een meerderheidsaandeelhouder niettemin geldt als kennis van de ava (en daarmee van de vennootschap). Een voorbeeld van een dergelijke omstandigheid zou de kennis van de wederpartij kunnen zijn in een ‘vertrouwensgeval’.3 Indien de wederpartij van de rechtspersoon weet dat de meerderheidsaandeelhouder bepaalde kennis bezit en erop heeft vertrouwd dat die aandeelhouder zijn kennis zou delen met zijn medeaandeelhouders bij de ava waarin het extern werkende besluit werd genomen, dan zal de vennootschap zich soms niet op het ontbreken van die kennis bij de ava kunnen beroepen. Anderzijds kunnen de omstandigheden meebrengen dat zelfs de kennis van de enig aandeelhouder of alle aandeelhouders niet geldt als kennis van de ava indien de informatie niet uitdrukkelijk ter gelegenheid van de ava is behandeld. Naar aanleiding van De Rouw/Dingemans q.q. zijn in de literatuur als dergelijke omstandigheden geïdentificeerd: de betrokken belangen van derden en het karakter van de decharge (periodieke vs. finale decharge).