De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/1.3.1:1.3.1 Doel van het onderzoek
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/1.3.1
1.3.1 Doel van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS391508:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bangma & de Ridder 2004. Zie ook Wuisman 2013 en De Waard 2003, p. 39. Zie voor een uitgebreide beschrijving van deze keuzefactoren paragraaf 2.3.1 van hoofdstuk 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door te onderzoeken wat de optimale rechtsvorm is voor de samenwerking tussen (vrije-) beroepsbeoefenaren wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de (rechtsontwikkeling ten aanzien van de) discussie over een geschikte rechtsvorm voor beroepsbeoefenaren in het bijzonder, en de invulling van het Nederlands palet aan rechtsvormen in het algemeen. Uitbreiding van dit palet met een rechtsvorm die voldoet aan de wensen en behoeftes van beroepsbeoefenaren (bijvoorbeeld door een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid in te voeren) lijkt, op grond van de roep vanuit de praktijk en de wetenschap, gewenst. Of biedt het huidige recht reeds een geschikte rechtsvorm(en) voor samenwerkende beroepsbeoefenaren? Zo ja, welke dan en waarom? En zo niet, over welke eigenschappen dient de optimale rechtsvorm dan te beschikken?
Door (aan de hand van verschillende keuzefactoren) te analyseren welke rechtsvorm optimaal is (dan wel zou zijn) voor de samenwerking tussen beroepsbeoefenaren wordt (met dit onderzoek) tevens getracht hun samenwerking optimaal te faciliteren en zo de kwaliteit van hun werkzaamheden te handhaven c.q. te optimaliseren.
Dit onderzoek is uitdrukkelijk niet gericht op het antwoord op de (empirische) vraag naar de redenen voor de keuze (keuzefactoren) voor een rechtsvorm. Het antwoord op deze vraag gaat het kader van dit onderzoek te buiten en hiervoor wordt derhalve verwezen naar eerder onderzoek.1 In dit proefschrift wordt uitgegaan van de uit dit eerder verrichte onderzoek naar voren komende (bestaande) keuzefactoren (zie voor de beschrijving van, en toelichting op, deze factoren hoofdstuk 2).