Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/351:351 Discussie
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/351
351 Discussie
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 13-04-2026
- Datum
13-04-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD100270:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Doet de pandgever afstand van de verpande vordering, dan kan de pandhouder daardoor worden benadeeld. Denkbaar is daarnaast dat de pandgever door het doen van afstand jegens de pandhouder toerekenbaar tekortschiet omdat hij met de pandgever is overeengekomen dat hij geen afstand van de verpande vordering zal doen. Tevens is het mogelijk dat de pandgever die afstand doet van de verpande vordering daardoor onrechtmatig handelt jegens de pandhouder. Voorstelbaar is ook dat de debiteur jegens de pandhouder onrechtmatig handelt indien hij de afstand om niet of tegen een te geringe tegenprestatie aanvaardt, indien hij met het pandrecht bekend is. Noch de benadeling van de pandhouder, noch het toerekenbaar tekortschieten van de pandgever of het onrechtmatig handelen van de pandgever of de debiteur maakt de afstand ongeldig jegens de pandhouder. Is de afstand om niet geschied, of weet de debiteur dat de pandhouder erdoor benadeeld wordt, dan bestaat in ieder geval de mogelijkheid dat de pandhouder de afstand met een beroep op de pauliana vernietigt.1
Met Rongen meen ik dat de pandhouder een verdergaande bescherming geniet. Door afstand van zijn vordering te doen, beschikt de pandgever daarover in goederenrechtelijke zin. Zo een beschikking kan aan de pandhouder met een ouder recht op de vordering niet worden tegengeworpen, tenzij deze met de afstand heeft ingestemd. Rongen betoogt daarnaast dat de verpanding, evenals een beslag,2 fixerend werkt. De ratio van de fixerende werking van een beslag, het veiligstellen van de verhaalsmogelijkheden van de beslaglegger, zou in dezelfde mate voor de pandhouder gelden. Anders dan Rongen meen ik dat aan een pandrecht op een vordering deze fixerende werking eerst toekomt vanaf het moment dat daarvan mededeling is gedaan aan de schuldenaar.3 Met Rongen meen ik echter dat afstand van een vordering, behoudens een geslaagd beroep op derdenbescherming door de schuldenaar, ook niet aan de pandhouder kan worden tegengeworpen als het pandrecht op het moment waarop afstand wordt gedaan nog een stil pandrecht is, om de genoemde reden dat het doen van afstand het oudere goederenrechtelijke recht van de pandhouder in beginsel onaangetast laat.