Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.6.1.1
II.4.6.1.1 Overdracht aan een volgende aandeelhouder
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS495429:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 6 april 1995, zaak C-4/94, V-N 1995, p. 3030 (BLP); HvJ 29 oktober 2009, zaak C-29/08, BNB 2010/251 (concl. A-G Mengozzi; AB SKF; m.nt. J.J.P. Swinkels); HvJ 30 mei 2013, zaak C-651/11, BNB 2014/113 (X BV; m.nt. D.B. Bijl).
HvJ 26 mei 2005, zaak C-465/03, BNB 2005/313, r.o. 22 (concl. A-G Jacobs; Kretztechnik; m.nt. M.E. van Hilten); HvJ 30 mei 2013, zaak C-651/11, BNB 2014/113, r.o. 26 (X BV; m.nt. D.B. Bijl).
Met dezelfde strekking: C.P. Tuk, annotatie in BNB 1981/44; A.H. Bomer & H.W.M. van Kesteren, ‘Niet voor redelijke twijfel vatbaar: verkoop deelneming is een prestatie’, WFR 2003/788, onderdeel 6.
HR 9 juli 2004, BNB 2004/363 (concl. A-GWattel; m.nt. M.E. van Hilten). Zie ook: HR 14 maart 2003, BNB 2003/197 (m.nt. M.E. van Hilten).
HR 9 juli 2004, BNB 2004/363 (concl. A-GWattel; m.nt. M.E. van Hilten). Zie ook: HR 14 maart 2003, BNB 2003/197 (m.nt. M.E. van Hilten).
Zie A.H. Bomer & H.W.M. van Kesteren, ‘Niet voor redelijke twijfel vatbaar: verkoop deelneming is een prestatie’, WFR 2003/788; H.W.M. van Kesteren, ‘Verkoop aandelen door moeiende houdster: een prestatie!’, NTFR 2004/1704. De uitkomst verwelkomend, maar nog altijd kritisch: M.E. van Hilten, annotaties in BNB 2003/197 en BNB 2004/363; W.A.P. Nieuwenhuizen, aantekeningen in NTFR 2003/526 en NTFR 2004/1068; A. van Dongen, ‘Spiegelbeeld van Cibo. Aftrek van voorbelasting bij verkoop aandelen’, BtwBrief 2003, 18; A. van Dongen, ‘BTW-gevolgen van de verkoop van aandelen na EDM’, WFR 2004/964; Van Norden 2007, p. 392 e.v.
HR 2 december 2011, BNB 2012/29 (concl. A-G Overgaauw; concl. A-G Van Hilten; m.nt. D.B. Bijl); HR 28 maart 2014, BNB 2014/114 (m.nt. D.B. Bijl).
Dat doet hij ook in zijn arrest in BNB 2003/197 en zelfs nog in het arrest in BNB 2014/114.
Anders dan het verkrijgen en houden van aandelen is het overdragen of vervreemden van aandelen blijkens de jurisprudentie in beginsel wel een prestatie onder bezwarende titel. Meer bepaald is het een dienst. Dat volgt in het bijzonder uit de arresten in de zaken BLP, AB SKF en X BV.1 Zo concludeert het Hof van Justitie in de zaak AB SKF:
‘53. Bijgevolg moet op de tweede vraag worden geantwoord dat een overdracht van aandelen als die in het hoofdgeding krachtens artikel 13, B, sub d, punt 5, van de Zesde richtlijn en artikel 135, lid 1, sub f, [Btw-richtlijn – WJB] moet worden vrijgesteld van btw.’
Toepassing van een vrijstelling, waarover het Hof van Justitie hier overweegt, veronderstelt dat de overdracht van aandelen een onder bezwarende titel verrichte prestatie van een als zodanig handelende ondernemer is. Omdat aandelen geen goederen zijn, kan de overdracht daarvan alleen een dienst zijn.2 Opgemerkt zij dat verkoopopbrengst van aandelen kennelijk niet uit eigendom voortvloeit en ook geen opbrengst van een financiële deelneming is, terwijl dat bij dividend wel het geval is (zie par. 4.5.1). Het Hof van Justitie licht dit verschil niet toe. Een mogelijke, naar mijn mening plausibele verklaring is dat verkoopopbrengst verschilt van dividend in de zin dat het niet direct voortvloeit uit de lidmaatschapsverhouding tussen aandeelhouder en vennootschap (zie ook par. 4.4.3).3 Binnen die lidmaatschapsverhouding ontbreekt een quid pro quo. De overdracht van aandelen vindt daarentegen in beginsel plaats binnen een contractuele relatie tussen overdrager en overnemer.4
In afwijking van het voorgaande heeft de Hoge Raad in het verleden geoordeeld dat een aandelenoverdracht geen belastbaar feit is. Zo overweegt hij in BNB 2004/363:5
‘3.3.2. Zoals ligt besloten in hetgeen is overwogen in HR 14 maart 2003, (…) BNB 2003/197, is buiten redelijke twijfel dat het verkopen en overdragen van alle aandelen in een vennootschap in principe niet kunnen worden aangemerkt als een economische activiteit in de zin van de [Btw-richtlijn – WJB]. Dit brengt mee dat in zoverre ook geen sprake is van een handeling inzake aandelen als bedoeld in [artikel 135, lid 1, onderdeel d, Btw-richtlijn] en derhalve evenmin van een prestatie als bedoeld in artikel 11 van de Wet. Dit oordeel vindt bevestiging in de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 2003, KapHag, (…) punt 40, en 29 april 2004, Empresa de Desenvolvimento Mineiro SGPS SA (EDM), (…).’
In deze overweging stelt de Hoge Raad vast dat de overdracht van aandelen geen economische activiteit is en daarom geen dienst. Vervolgens overweegt hij dat de overdracht van aandelen wel in het kader van de onderneming van de belanghebbende heeft plaatsgevonden. Vooral het oordeel dat geen sprake is van een dienst, is de Hoge Raad in de literatuur op kritiek komen te staan.
Met de kennis van nu is die kritiek zonder meer terecht.6 Inmiddels heeft de Hoge Raad in BNB 2012/29 en BNB 2014/114 erkend dat een aandelenoverdracht een onder bezwarende titel verleende dienst kan zijn.7 Terzijde kan worden opgemerkt dat de Hoge Raad het begrip ‘economische activiteit’ in de geciteerde overweging niet in een richtlijnconforme betekenis bezigt.8 Hij gebruikt het namelijk niet in de betekenis van ‘onderneming’, maar als aanduiding voor een door een ondernemer als zodanig verrichte prestatie onder bezwarende titel (zie par. 3.2.2).