Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/169:169 Overdracht onder ontbindende voorwaarde
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/169
169 Overdracht onder ontbindende voorwaarde
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 25-08-2025
- Datum
25-08-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD23372:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Beuving 1998, p. 230 in haar bespreking van het arrest.
Zie ook Verhagen en Rongen 2000, p. 122, die deze interpretatie overigens verwerpen.
Vgl. bijvoorbeeld Snijders/Rank-Berenschot 2007, nr. 412. Zie ook par. 4.4.1 hiervóór.
Vgl. voor deze afdrachtverplichting van de cedent c.q. diens curator in geval van cessie tot zekerheid HR 29 januari 1993, NJ 1994, 171 m.nt. PvS (Van Schaik q.q./ABN AMRO). Vgl. ook hiervóór par. 4.4.5.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een andere - en de volgens mij meest plausibele - interpretatie van het arrest is dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat alle vorderingen in hun geheel zijn overgedragen,1 zij het onder de ontbindende voorwaarde dat de cessionaris het in de akte van cessie genoemde lagere bedrag heeft geïnd.2 In dat geval is voldaan aan het vereiste van individualiseerbaarheid. Door het intreden van de ontbindende voorwaarde wordt de cedent weer volledig rechthebbende van de resterende vorderingen.3 Het intreden van de voorwaarde heeft geen terugwerkende kracht,4 zodat het intreden ervan geen invloed heeft op de overdracht aan de cessionaris van de vorderingen die door hem inmiddels zijn geïnd en die daardoor tenietgegaan zijn. Wordt de ontbindende voorwaarde vervuld tijdens het faillissement van de cessionaris, dan verhindert dat niet dat de cedent weer onvoorwaardelijk rechthebbende wordt van de resterende vorderingen. Voor de werking van de voorwaarde is het immers irrelevant of de cessionaris beschikkingsbevoegd is.5
Int de cedent (een deel van) de vorderingen waarvan hij slechts rechthebbende is onder de opschortende voorwaarde, dan heeft de cessionaris op de cedent mijns inziens een vordering tot afdracht van het geïnde.6 Partijen kunnen voorts overeenkomen dat de cedent zich van inning zal onthouden zolang de cessionaris het hem toekomende bedrag niet heeft geïnd, zodat sprake is van ‘voorrang’ in hun onderlinge verhouding. In een casus zoals die in het arrest Zuidgeest/Furness aan de orde was zullen partijen zulks veelal wel hebben bedoeld. Van enige voorrang in verhaalsrechtelijke zin is echter geen sprake.