Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.6.5.1.2
II.6.5.1.2 Rente met het karakter van een schadevergoeding
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS494198:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook B.J.M. Terra, ‘Betalingsachterstanden bij handelstransacties. Gevolgen voor de BTW’, WFR 1999/61; Bijl, annotatie bij: HR 15 januari 2010, BNB 2010/82 (concl. A-G Van Hilten; m.nt. D.B. Bijl); E. Sparidis, ‘De rechtsbetrekking in de BTW’, WFR 2015/290.
Anders: Van Hilten 1992, p. 56-57; Henkow 2008, p. 94. In haar hoedanigheid van advocaatgeneraal bij de Hoge Raad heeft Van Hilten inmiddels verdedigd dat de wettelijke rente in de zaak BAZ Bausystem geen vergoeding voor kredietverlening is. Zie A-G Van Hilten, conclusie bij: HR 15 januari 2010, BNB 2010/82 (concl. A-G Van Hilten; m.nt. Bijl).
HvJ 1 juli 1982, nr. 222/81, V-N 1982, p. 2022, punt 21 (BAZ Bausystem); HvJ 18 juli 2007, zaak C-277/05, V-N 2007/34.25 (Société Thermale d’Eugénie-les-Bains); HR 4 december 1991, BNB 1992/37 (Bibliotheekarrest); HR 18 december 1991, BNB 1992/183 (concl. A-G Van Soest; m.nt. A.L.C. Simons).
Zie r.o. 8 en 10.
HR 12 april 1995, BNB 1995/181 (Videotheekarrest).
In paragraaf 6.3.4.1 is opgemerkt dat boetes voor te late betaling geen rente zijn in de zin van artikel 11 OESO-modelverdrag. Hetzelfde heeft naar mijn mening te gelden voor de omzetbelasting. Hoewel in te late betaling een onvrijwillige verlening van krediet kan worden gezien, heeft rente in een dergelijk geval overwegend het karakter van een schadevergoeding.1 Het maakt daarbij voor de toepassing van deWet OB 1968 niet uit of het gaat om aanmaningskosten of incassokosten, dan wel om wettelijke rente of andere bedragen die partijen vooraf als schadevergoeding zijn overeengekomen voor het geval van wanprestatie.2 Steun voor deze opvatting ontleen ik aan de arresten van het Hof van Justitie in de zaken BAZ Bausystem en Société Thermale d’Eugénie-les-Bains en de arresten van de Hoge Raad in BNB 1992/37 (Bibliotheekarrest) en BNB 1992/183.3
Alle genoemde arresten handelen over bedragen die zijn verschuldigd wegens wanprestatie. Daarbij gaat de zaak BAZ Bausystem het meest direct over rente voor vertraagde betaling. In het arrest in die zaak is het Hof van Justitie niet helemaal duidelijk over het karakter van de wettelijke rente, behalve dat zij niet behoort tot de maatstaf van heffing voor de prestatie waarvoor in eerste instantie dient te worden betaald. De rente wordt namelijk zowel een schadeloosstelling genoemd als een vergoeding voor krediet.4 In het arrest in de zaak Société Thermale d’Eugénie-les-Bains is deze onduidelijkheid weggenomen. Daarin overweegt het Hof van Justitie dat door een hotelexploitant ontvangen no-showvergoedingen, ter dekking van schade wegens annuleringen, geen vergoedingen voor dienstverlening zijn en stelt het die vergoedingen op één lijn met de rente in de zaak BAZ Bausystem.
De situatie van wettelijke rente vertoont gelijkenissen met overeengekomen boetes bij wanprestatie en de verschuldigdheid van aanmaningskosten. Dergelijke boetes en kosten heeft de Hoge Raad in het Bibliotheekarrest respectievelijk in BNB 1992/183 niet als vergoeding voor dienstverlening aangemerkt. Als het Bibliotheekarrest in combinatie met het nauw verwante Videotheekarrest wordt gelezen, blijkt wel dat de ene boete de andere niet is.5 In het Bibliotheekarrest stond vast dat de boete een prikkel was om de eigenlijke overeenkomst na te leven. Dit moet worden onderscheiden van een betaling (casu quo boete) die het karakter heeft van een tussen partijen overeengekomen vergoeding voor het langer voortduren van de overeengekomen prestatie, zoals in het Videotheekarrest het huren van een film op video.
Naar mijn mening is toewijzing door een rechter geen vereiste om rente en andere bedragen een schadevergoedingskarakter toe te dichten. Doorslaggevend is of de betreffende bedragen strekken tot de vergoeding van schade. Zoals blijkt uit het arrest in de zaak Société Thermale d’Eugénie-les-Bains en het Bibliotheekarrest, is het geen bezwaar dat partijen met elkaar vooraf de hoogte van een eventuele schadevergoeding zijn overeengekomen. Op grond hiervan zal ook menige boeterente die is voorzien in overeenkomsten voor geldlening, niet tot de vergoeding voor kredietverlening behoren.