Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.8.1
8.8.1 Voortzetting van de OHG is hoofdregel
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS387071:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Dit lid luidt: ‘Folgende Gründe führen mangels abweichender vertraglicher Bestimmung zum Ausscheiden eines Gesellschafters:
- 1.
Tod des Gesellschafters,
- 2.
Eröffnung des Insolvenzverfahrens über das Vermögen des Gesellschafters,
- 3.
Kündigung des Gesellschafters,
- 4.
Kündigung durch den Privatgläubiger des Gesellschafters,
- 5.
Eintritt von weiteren im Gesellschaftsvertrag vorgesehenen Fällen,
- 6.
Beschluß der Gesellschafter.
Der Gesellschafter scheidet mit dem Eintritt des ihn betreffenden Ereignisses aus, im Falle der Kündigung aber nicht vor Ablauf der Kündigungsfrist.’
Windbichler 2009, p. 154. Bij de GbR leidt volgens § 736 Abs. 1 en § 738 BGB uittreden van een vennoot nog wel tot volledige ontbinding, tenzij de vennootschapsovereenkomst anders bepaalt.
§ 131 Abs. 1 HGB luidt:‘Die offene Handelsgesellschaft wird aufgelöst:
- 1.
durch den Ablauf der Zeit, für welche sie eingegangen ist;
- 2.
durch Beschluß der Gesellschafter;
- 3.
durch die Eröffnung des Insolvenzverfahrens über das Vermögen der Gesellschaft;
- 4.
durch gerichtliche Entscheidung.’
Steitz HGB, § 124, aant. 23.
Eberhard 2009, p. 956.
Eberhard 2009, p. 967.
Eberhard 2009, p. 968.
Windbichler 2009, p. 123.
Eberhard 2009, p. 967; Stengel 2009, p. 244.
Windbichler 2009, p. 124.
Sinds de Handelsrechtsreform 1998 geldt voor de Duitse OHG het uitgangspunt dat onder andere de dood, insolventie of opzegging van een vennoot slechts leidt tot zijn uittreden, waarna de OHG door de (minimaal twee) overblijvende vennoten wordt voortgezet (§ 131 Abs. 3 HGB1 ). De OHG is hierdoor minder afhankelijk geworden van de oorspronkelijke vennoten, hetgeen de continuïteit van het bedrijfsleven ten goede komt en meer aansluit bij de praktijk, die vaak van de hoofdregel van algehele ontbinding afweek.2
Volledige ontbinding (Auflösung) van de OHG treedt onder meer in als nog slechts één vennoot overblijft of als de vennoten tot ontbinding besluiten.3 Als de onderneming wordt voortgezet door de laatste vennoot, dan leidt de Auflösung van de vennootschap tot directe Vollbeendigung zonder liquidatie.4 Wordt de onderneming niet voortgezet, dan vindt wel liquidatie van de OHG plaats. Auflösung met liquidatie kent de volgende drie fasen:5
Auflösung (ontbinding). Dit is het beginpunt van de afwikkeling, waarop het doel van de OHG wijzigt in dat van Abwicklungsgesellschaft (ter afwikkeling van het vermogen).
De afwikkelingsfase (§ 731 BGB en 145 HGB). Aan de naam van de in deze fase nog bestaande OHG moet een liquidatieaanduiding zoals ‘i.L.’ of ‘in Liq.’ worden toegevoegd (§ 153 HGB).6 Schuldeisers worden voldaan en een eventueel overschot wordt uitgekeerd aan de vennoten.7 Als het OHG-vermogen ontoereikend is om alle schuldeisers te voldoen, dan kunnen de vereffenaren geen aanzuivering van de vennoten verlangen.8 In de afwikkelingsfase kan nog worden besloten om de ontbonden vennootschap voort te zetten.9 Het doel wordt dan weer gewijzigd van afwikkelingsvennootschap naar actieve vennootschap.
Vollbeendigung (ophouden te bestaan). Zodra er geen vermogen meer is, houdt de OHG op te bestaan.10 Als er later toch nog vennootschappelijk vermogen blijkt te zijn, dan geldt de liquidatie als niet beëindigd.11 De inschrijving van het ophouden te bestaan in het handelsregister is dan ook slechts declaratoir.