Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/8.3.1
8.3.1 Wat is een voortzettingsbeding?
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS388277:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer 5-V 1995/243.
Heuff 1970, p. 19; Van der Ploeg 1984, p. 175. Anders: Van der Smit 1987, p. 56-57, die zich op het standpunt heeft gesteld dat een vermogensbeding bij wijze van bestendig gebruikelijk beding al besloten lag in een voortzettingsbeding. Een bestendig gebruikelijk beding was volgens het BW van 1838 een beding waarvan de wederpartij behoorde te begrijpen dat het van toepassing zou zijn indien het niet van de hand was gewezen. In het huidige BW komt het bestendig gebruikelijk beding echter niet voor, maar kan iets soortgelijks bereikt worden op grond van gewoonterecht of door stilzwijgende overeenstemming (Hijma 2013/272).
Zo ook Van Solinge 1976, p. 146.
Hof ’s-Hertogenbosch 24 februari 1993, ECLI:NL:GHSHE:1993:AD1838, NJ 1994/645 (Vervolg Gebroeders Kruithof); Rb. Rotterdam 14 oktober 1999, JOR 2000/50, r.o. 7.7 (VOF Double Super/Yuan); Rb. Zwolle 21 december 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AV4033, JOR 2006/119, m.nt. J.M. Blanco Fernández.
De wettelijke regel dat het uittreden van een vennoot van rechtswege tot volledige ontbinding van de VOF leidt, is van regelend recht. De vennoten kunnen van deze hoofdregel afwijken door middel van een voortzettingsbeding: de afspraak, veelal opgenomen in de overeenkomst van vennootschap of in een aanvullende overeenkomst, dat de VOF bij uittreding van een vennoot en bij overblijven van minimaal twee vennoten alleen ten aanzien van de uittredende vennoot wordt ontbonden en door de overblijvende vennoten wordt voortgezet. Een voortzettingsbeding kan automatisch of niet automatisch werkend zijn. In het eerste geval heeft het beding definitieve binding voor alle vennoten, wat wil zeggen dat voor de werking ervan geen nadere wilsverklaring nodig is. In het tweede geval is wel een nadere wilsverklaring tot voortzetting nodig van de overblijvende vennoten. Ook de erfgenamen van een overleden vennoot zijn aan een voortzettingsbeding gebonden. Voor voortzetting is dan geen nadere rechtshandeling (zoals een wilsverklaring) meer nodig.1
Een voortzettingsbeding gaat vaak gepaard met vermogensbedingen (zie hoofdstuk 4), maar houdt niet automatisch een vermogensbeding in.2 Omdat het voor de voortzetting van de VOF vaak nodig zal zijn om ook de vennootschappelijke goederen te blijven ge- en verbruiken, kan een voortzettingsbeding onder omstandigheden mede worden opgevat als een beheersbeding in de zin van art. 3:168 lid 1 BW. Op grond daarvan kunnen de overblijvende vennoten de goederen blijven gebruiken voor zover het gewone handelingen betreft. Op grond van de redelijkheid en billijkheid kunnen de uittreders bovendien gehouden zijn om de vermogensbestanddelen toe te delen aan de voortzetters.3
Of in een concreet geval een voortzettingsbeding is overeengekomen en wat de inhoud daarvan is, moet worden beoordeeld aan de hand van de bedoeling van de vennoten in het concrete geval. Omdat zonder voortzettingsbeding, dat door alle vennoten gezamenlijk moet worden gemaakt, de VOF niet wordt voortgezet4 en er achteraf getwist kan worden over de vraag of voor het intreden van een ontbindingsgrond al dan niet een voortzettingsbeding was overeengekomen, is schriftelijke vastlegging aan te raden.
Ten aanzien van het voortzettingsbeding rijzen drie vragen, die ik hierna achtereenvolgens zal beantwoorden: 1) kan na het intreden van een ontbindingsgrond met terugwerkende kracht tot voortzetting van de VOF worden besloten (paragraaf 3.2); 2) kan de curator van een failliete vennoot het voortzettingsbeding aantasten (paragraaf 3.3.) en 3) dient de wetgever te voorzien in een wettelijke regeling die voortzetting van de VOF als uitgangspunt heeft en zo ja, hoe (paragraaf 3.4)?