Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/5.5.2
5.5.2 Bestuursautonomie
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS387747:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:239 lid 1 BW.
HR 21 januari 1955, NJ 1959, 43, m.nt. HB (Forumbank) en Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 316.
HR 13 juli 2007, LJN BA7972, NJ 2007, 434, m.nt. Ma, JOR 2007, 178, m.nt. Nieuwe Weme (ABN AMRO), r.o. 4.3 en 4.5; HR 9 juli 2010, LJN BM0976, NJ 2010, 544, m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2010, 228, m.nt. Van Ginneken (ASMI), r.o. 4.4.1; Hof Amsterdam (OK) 17 januari 2007, LJN AZ6440, JOR 2007, 42, m.nt. Blanco Fernández (Stork), r.o. 3.14; Hof Amsterdam (OK) 9 maart 2000, JOR 2000, 99 (Te Pas/Willem III); Rb. Utrecht 15 maart 2000, JOR 2000, 233 m.nt. Van den Ingh (Unirobe/Geense Beheer); Rb. Leeuwarden 12 november 1987, NJ 1988, 699 (Dirkse/ Interpolacel) en Vzr. Rb. ’s-Gravenhage 7 augustus 2002, JOR 2002, 173, m.nt. Van den Ingh (Wittke/NEM). Zie ook Kamerstukken II 2006/2007, 31 058, nr. 3, p. 90 (MvT).
HR 13 juli 2007, LJN BA7972, NJ 2007, 434, m.nt. Ma, JOR 2007, 178, m.nt. Nieuwe Weme (ABN AMRO), r.o. 4.3 en 4.5.
De tekst van art. 2:9 BW, zoals die luidt na inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht, de Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht en de Wet Bestuur en Toezicht (Wet van 6 juni 2011 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen, Kamerstukken 31 763, Stb. 2011, 275 en Wet van 27 september 2012 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verduidelijking van de artikelen 297a en 297b, Kamerstukken 32 873, Stb. 2012, 440. Beide in werking getreden op 1 januari 2013, Stb. 2012, 455 resp. 456.).
Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vennootschap.1 Het bestuur is autonoom in de uitoefening van zijn taak en bevoegdheden.2 Recente(re) rechtspraak heeft dit nogmaals bevestigd.3 Uit het ABN AMRO-arrest4 volgt dat (i) het bepalen van de strategie van een vennootschap en de daaraan verbonden onderneming in beginsel een aangelegenheid is van het bestuur van de vennootschap, (ii) de raad van commissarissen daarop toezicht houdt, (iii) de algemene vergadering van aandeelhouders haar opvattingen terzake tot uitdrukking kan brengen door uitoefening van de haar in wet en statuten toegekende rechten (in het algemeen betekent dit laatste dat het bestuur van een vennootschap aan de algemene vergadering van aandeelhouders verantwoording heeft af te leggen van zijn beleid maar dat het, behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen, niet verplicht is de algemene vergadering vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is), en (iv) het bestuur bij de vervulling van zijn bij wet of statuten opgedragen taken het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming behoort voorop te stellen en de belangen van alle betrokkenen, waaronder die van de aandeelhouders, bij zijn besluitvorming in aanmerking behoort te nemen.
Deze autonomie schept ook verantwoordelijkheid en in voorkomend geval aansprakelijkheid, bijvoorbeeld jegens de vennootschap. Art. 2:9 BW brengt deze aspecten tot uitdrukking. Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld. Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.5