De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/10.10:10.10 Tot slot
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/10.10
10.10 Tot slot
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS376787:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
454. De centrale vraag van dit proefschrift betreft de inhoud en betekenis van het concept eenzijdige rechtshandeling. Is er, met andere woorden, een gemeenschappelijk kenmerk dat alle afzonderlijke eenzijdige rechtshandelingen met elkaar verbindt? Het bestaan van een categorie van eenzijdige rechtshandelingen vloeit voort uit het systeem van rechtsfeiten. Het is echter niet altijd eenvoudig om de eenzijdige rechtshandeling af te bakenen van enerzijds feitelijk handelen en anderzijds van meerzijdige rechtshandelingen. Uit de inventarisatie van de verschillende verschijningsvormen van de eenzijdige rechtshandeling volgt, dat niet zozeer eenzijdige rechtshandelingen tegenover meerzijdige rechtshandelingen staan, maar dat inzichtelijker is om een scheidslijn aan te brengen tussen enerzijds meerzijdige en gerichte eenzijdige rechtshandelingen en anderzijds ongerichte eenzijdige rechtshandelingen. Meerzijdige en gerichte eenzijdige rechtshandelingen zijn sterk aan elkaar verwant en er is geen reden om afwijkende regels toe te passen enkel op basis van eenzijdigheid. Ongerichte eenzijdige rechtshandelingen hebben een eigen karakter en moeten dus volgens eigen maatstaven beoordeeld worden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de toepasselijkheid van een objectieve uitlegmaatstaf en het feit dat de dwalingsregeling van art. 6:228 BW niet analoog kan worden toegepast.