Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.6.1.2:II.4.6.1.2 Overdracht aan de emittent
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.6.1.2
II.4.6.1.2 Overdracht aan de emittent
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS499127:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie J. Winter & J.B. Wezeman, Mr. P. van Schilfgaarde. Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2013, nr. 27.
Zie ook Van Norden 2007, p. 417.
Zie HR 14 november 1956, BNB 1957/20 (m.nt. A.J. van Soest) en artikel 10cWet Vpb 1969. Zie nader H. Vermeulen, in: Cursus Belastingrecht Vpb.2.0.6.F.e (online, laatst bijgewerkt op 21 maart 2016).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het spiegelbeeld van een uitgifte van aandelen is de inkoop van eigen aandelen, al dan niet gevolgd door intrekking daarvan. Deze transactie is in de jurisprudentie vooralsnog niet aan de orde geweest. Economisch bezien verschilt een inkoop van eigen aandelen bijzonder weinig van een terugbetaling van kapitaal. Beide situaties komen er immers op neer dat de aandeelhouders hun geïnvesteerde kapitaal van de vennootschap terugkrijgen. Dat neemt niet weg dat het geplaatste kapitaal privaatrechtelijk bezien in stand blijft zolang van intrekking geen sprake is. Wel neemt ook privaatrechtelijk het eigen vermogen af, al wordt dat in de jaarrekening niet als amortisatie verantwoord.1
Het belang van het onderscheid tussen een ‘gewone’ aandelenoverdracht en een overdracht van aandelen aan de emittent, is dat het laatste in mijn visie geen prestatie onder bezwarende titel kan zijn. Het is namelijk in wezen een terugbetaling van kapitaal. Dat gaat niet om het verrichten van diensten (vgl. par. 4.7.2 betreffende de omgekeerde situatie, de uitgifte van aandelen).2 De vraag is daarom voornamelijk of een inkoop van eigen aandelen voor de toepassing van de Wet OB 1968 steeds een amortisatie is of niet. Daarbij speelt een rol of de privaatrechtelijke vormgeving of de economische werkelijkheid prevaleert.
Naar mijn mening moet de economische werkelijkheid in dezen doorslaggevend zijn. De economische en commerciële realiteit is immers een fundamenteel criterium voor de toepassing van de Wet OB 1968 (zie onder meer par. 4.4.3). Dat neigt naar de conclusie dat een overdracht van aandelen aan de vennootschap zelf nooit een dienst onder bezwarende titel is. Economisch bezien is het immers een amortisatie. Ook in de Nederlandse directe belastingen is dit het uitgangspunt.3 In relatie tot de omzetbelasting is er echter een praktisch probleem: een aandeelhouder weet niet steeds aan wie hij zijn aandelen verkoopt, zeker niet als aandelen aan een beurs genoteerd zijn. Dit praktische probleem is volgens mij alleen geen sterk argument om de economische en commerciële realiteit op dit punt te laten varen. De alternatieve oplossing, zijnde ook bij aandelenoverdrachten aan de vennootschap zelf steeds dienstverlening onder bezwarende titel aannemen, is namelijk evenmin vrij van praktische bezwaren. Die bezwaren doen zich dan voor bij de vennootschap die haar eigen aandelen inkoopt en weer verkoopt (zie nader par. 4.7.2.2). Mijn conclusie is daarom dat een overdracht in het kader van een inkoop van eigen aandelen geen dienst onder bezwarende titel is.