Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/395:395 Uitoefening door de inningsbevoegde pandhouder
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/395
395 Uitoefening door de inningsbevoegde pandhouder
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 12-05-2026
- Datum
12-05-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD105653:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is een met een vordering samenhangend (neven)recht niet vatbaar voor verpanding, in de meeste gevallen omdat het geen voor overdracht vatbaar recht is, dan wil dat niet zeggen dat dit niet door de openbaar pandhouder kan worden uitgeoefend. Omgekeerd geldt dat niet uitsluitend nevenrechten door de pandhouder kunnen worden uitgeoefend. Of en zo ja op grond waarvan de pandhouder een aantal andere rechten van de crediteur van de verpande vordering dan de aan hem verpande rechten geldend kan maken, is c.q. wordt elders in dit hoofdstuk besproken. Waar dat zinvol leek is daarbij de vraag of het recht een nevenrecht is onder ogen gezien.