Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.6.4.4:II.4.6.4.4 Invloed op het pro rata
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.6.4.4
II.4.6.4.4 Invloed op het pro rata
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501493:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 3 augustus 2004, nr. CPP2004/1709, V-N 2004/47.13.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de berekening van het evenredige recht op aftrek op basis van omzetverhoudingen (het pro rata) worden op grond van artikel 15, lid 6, Wet OB 1968 juncto artikel 11 Uitvoeringsbeschikking OB 1968 in beginsel alle opbrengsten uit prestaties onder bezwarende titel meegenomen. Dit betekent dat ook ontvangen vergoedingen voor aandelenoverdrachten onder bezwarende titel door een als zodanig handelende ondernemer relevant zijn. Bij onverkorte toepassing van dit uitgangspunt kan door omvangrijke aandelenoverdrachten het recht op aftrek van voorbelasting op algemene kosten substantieel, en in voorkomende gevallen onevenredig, worden beïnvloed. Als een aandelenoverdracht een vrijgestelde dienst onder bezwarende titel is, bestaat daarvoor in beginsel immers geen recht op aftrek van voorbelasting (zie ook par. 4.6.4.1). Beïnvloeding van het pro rata treedt niet op als een overdracht van aandelen een bijkomstige handeling in de zin van artikel 174, lid 2, onderdeel b of c, Btwrichtlijn is (zie par. 3.3.7.2). De vraag rijst daarom in hoeverre aandelenoverdrachten dergelijke bijkomstige handelingen kunnen zijn.
Voor een bijkomstige handeling is, ten eerste, vereist dat het overdragen van aandelen behoort tot de overige werkzaamheden van een economische activiteit (zie par. 4.6.2.2). Als de overdracht tot de gewone activiteit van de overdrager behoort, dat wil zeggen: diens belastbare activiteit of een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk daarvan, kan van bijkomstigheid immers geen sprake zijn (zie par. 4.6.2, 3.3.7.2 en 3.5.2). Ten tweede mag de overdracht niet meer dan een zeer beperkt gebruik van ingekochte prestaties impliceren die onderdeel zijn van de algemene kosten van de overdrager. Tegen de achtergrond van deze randvoorwaarden kunnen naar mijn mening in het bijzonder aandelenoverdrachten als gevolg van beleggingen van tijdelijk overtollige kasmiddelen bijkomstig zijn. Bij omvangrijke aandelenoverdrachten, vanwege de beëindiging van een deelneming in een dochtermaatschappij of anderszins, ligt het genuanceerder. Een kwalificatie als bijkomstige handeling ligt in die gevallen meer voor de hand als de voor de aandelenoverdracht gemaakte kosten in grotere mate direct toerekenbaar zijn. Als veel van die kosten tot de algemene kosten behoren, zal het immers moeilijker zijn vol te houden dat de aandelenoverdracht een zeer beperkt gebruik van ingekochte prestaties impliceert waarop de algemene kosten betrekking hebben.
Het besluit van de staatssecretaris van 3 augustus 2004 kan belastingplichtigen nog wel verlichting bieden.1 Dit geldt uiteraard alleen zolang het niet is ingetrokken of gewijzigd. Zoals hiervoor is besproken, stelt de staatssecretaris daarin dat kosten voor de overdracht van aandelen na een inmenging in het beheer die gepaard gaat met prestaties onder bezwarende titel, algemene kosten zijn. Ook wordt opgemerkt dat de verkoopopbrengst van aandelen in die situatie niet bij de bepaling van het pro rata in aanmerking genomen hoeft te worden.