Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.3.3
6.3.3 Bedrijfsmatige handel in effecten
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS412095:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 20 juni 1996, nr. C-155/94, V-N 1997, blz. 1034, r.o. 35 (Wellcome Trust).
HvJ EG 6 februari 1997, nr. C-80/95, BNB 1997/386, r.o. 16 (Harnas & Helm).
Zie bijvoorbeeld HvJ EG 29 oktober 2009, nr. C-29/08, BNB 2010/251, r.o. 31 (AB SKF).
In gelijke zin G.J. van Norden, Het concern in de BTW, Deventer: Kluwer 2007, blz. 154.
Conclusie van A-G Lenz van 7 december 1995 bij HvJ EG 20 juni 1996, nr. C-155/94, V-N 1997 blz. 1034 (Wellcome Trust).
Zie in gelijke zin B.G. van Zadelhoff, Belastingplichtige in de BTW, Deventer: Kluwer 2012, blz. 64.
Zie HvJ EG 26 september 1996, nr. C-230/94, V-N 1997, blz. 653 (Renate Enkler), HvJ EU 15 september 2011, nr. C-180/11 en 181/11, V-N 2011/50.19 (Slaby en Kuç) en HvJ 19 juli 2012, nr. C-263/11, V-N 2012/51.19 (Ainârs Rêdlihs) voor vergelijkbare criteria.
Zie ook M.S. Hartendorf, ‘De BBL-zaak: over de BTW-positie van beleggingsfondsen en vermogensbeheerders’, WFR 2005/438.
Zie over dit onderwerp meer uitgebreid, onder andere: conclusie A-G Fennelly van 7 november 1996 bij HvJ EG 6 februari 1997, nr. C-80/95, BNB 1997/386 (Harnas & Helm), G.J. van Norden, Het concern in de BTW, Deventer: Kluwer 2007, blz. 153 en B.G. van Zadelhoff, Belastingplichtige in de BTW, Deventer: Kluwer 2012, blz. 61 e.v..
Uit het arrest Wellcome Trust blijkt dat de handelsactiviteit door een effectenmakelaar binnen de reikwijdte van de btw valt.1 In het Harnas & Helmarrest is dit oordeel uitdrukkelijk bevestigd.2 Vervolgens is deze bevestiging meermaals in herinnering gebracht in daaropvolgende jurisprudentie.3
Dat een partij wier handelsactiviteit eruit bestaat om deelnemingen en andere waardepapieren aan te kopen en te verkopen als belastingplichtige wordt aangemerkt, lijkt mij in het stelsel van de Btw-richtlijn niet onredelijk.4 De belangrijkste vraag in dit kader is wanneer de handel in waardepapieren een bedrijfsmatig karakter krijgt waardoor de effectenmakelaar zich onderscheidt van de particuliere belegger, die immers niet belastingplichtig is. Het is niet geheel duidelijk wanneer sprake is van een effectenmakelaar, en op welke wijze deze zich onderscheidt van de particuliere belegger.
Niet eens ben ik het met de conclusie van A-G Lenz bij het arrest Wellcome Trust. De A-G geeft hierin aan dat naar zijn mening sprake is van bedrijfsmatige handel in effecten wanneer wordt gestreefd naar het maken van winst, door de aan- en verkoop van aandelen, riskante investeringen en speculatie. Hij geeft onder meer aan:
“Aandelen koopt de effectenmakelaar niet in de eerste plaats om zo hoog mogelijke dividenden te verkrijgen, maar wel om ze tegen een zo hoog mogelijke prijs door te verkopen.”5
Het in deze definitie verwoorde winstoogmerk, noch het bij de beleggingen gehanteerde risicoprofiel of de omstandigheid dat sprake is van speculatie zijn naar mijn idee vanuit btw-oogpunt relevant om een belegger aan te merken als effectenmakelaar. Daarnaast lijken deze criteria mij ongeschikt om een helder onderscheid te maken tussen een bedrijfsmatige en een particuliere belegger. Waarom zou een particuliere belegger niet streven naar winst via speculatie en riskante investeringen?6
Uit het arrest Wellcome Trust blijkt in dit kader slechts dat de schaal waarop wordt gehandeld en het feit dat professionele adviseurs worden ingeschakeld niet van invloed zijn op het bedrijfsmatige karakter. Naar mijn idee is in ieder geval sprake van een bedrijfsmatige handel in effecten wanneer een effectenhandelaar in opdracht van derden, tegen betaling van een provisie of andersoortige vergoeding, handelt met het oogmerk een zo goed mogelijk rendement te behalen. In gevallen waarin weliswaar bedrijfsmatig wordt gehandeld maar wel voor eigen rekening (en dus niet in opdracht van derden), zoals door marketmakers of high frequency traders, geldt naar mijn idee dat op basis van de specifieke omstandigheden moet worden vastgesteld of het beleggen door dergelijke partijen moet worden gekenmerkt als handel door een effectenmakelaar. Naar mijn idee moet bijvoorbeeld de duurzaamheid, de professionaliteit en de commercialiteit waarmee de activiteit wordt ondernomen in aanmerking worden genomen om te beoordelen of een voldoende bedrijfsmatig karakter bestaat.7
In het arrest BBL wordt een open beleggingsinstelling aangemerkt als belastingplichtige voor de btw. Niet duidelijk wordt of de beleggingsinstelling wordt aangemerkt als effectenhandelaar. Wel leid ik uit het arrest af dat de omstandigheid dat BBL zich als open beleggingsinstelling richt op de markt, van belang is voor het vaststellen van het bedrijfsmatig karakter van haar activiteiten.8 Ook het gericht zijn op de markt geldt dus mogelijk als criterium om de effectenmakelaar te onderscheiden van de particuliere belegger.
De economische activiteit die bestaat uit een bedrijfsmatig handelen in effecten is vrijgesteld van btw op basis van artikel 135 lid 1 onderdeel f Btw-richtlijn.
Ik doe verder geen onderzoek naar de grens tussen de effectenmakelaar en een niet-belastingplichtige belegger of houdster, aangezien dit buiten het bereik van mijn probleemstelling valt.9