Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.4.2.2
IV.19.4.2.2 Tijdsverloop
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374129:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Ortlep 2011, p. 309 e.v. Zie voorts over tijdsverloop Verheij 1997, p. 73 e.v., Den Ouden 2010, p. 702-703, Ten Berge en Michiels 2001 p. 355-356, en De Graaf en Marseille 2005, p. 316-317.
Ten aanzien van duurbeschikkingen ligt een en ander genuanceerder. Vgl. paragraaf 5.2.2.2 en Ortlep 2011, p. 312-313.
CRvB 12 oktober 1988, RSV 1989/107.
ARRvS 29 februari 1988, AB 1989/356.
CBb 29 september 2009, AB 2009/395 m.nt. Sewandono.
CRvB 18 september 2002, RSV 2002/294.
Zie bijvoorbeeld Vz. CBb 20 juli 1989, AB 1990/88 m.nt. Eijlander. In vreemdelingenzaken lijkt soms een uitzondering te worden aangenomen, zij het dat deze heel strikt is geformuleerd. Zie onder meer ABRvS 9 maart 2004, JV 2004/183 en ABRvS 9 september 2009, JV 2010/7.
Art. III-36 lid 5 Model Rules.
Model Rules Book III, p. 142.
De situaties waarin bij wet of op grond van vaste jurisprudentie termijnen worden gegeven binnen welke een beschikking moet worden ingetrokken, zijn, gelet op het voorgaande, beperkt. Dat betekent niet dat beschikkingen tot in lengte van dagen kunnen worden ingetrokken. Van het rechtszekerheidsbeginsel gaat hier een normerende werking uit. Langdurig tijdsverloop kan er namelijk toe leiden dat de geadresseerde erop mag vertrouwen dat een beschikking niet meer wordt ingetrokken.1,2
De vraag is nu, wanneer sprake is van dermate lang tijdsverloop, dat gezegd kan worden dat een beschikking niet meer kan worden ingetrokken. Gewezen kan worden op een aantal uitspraken. Een opvallende uitspraak op dit punt is een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 1988.3 Een WAO-uitkering werd na 17 jaar gedeeltelijk ingetrokken omdat bij een steekproefsgewijze controle bleek dat bij de verlening een fout was gemaakt. De Raad was van mening dat deze intrekking niet in stand kon blijven. Volgens de Raad was sprake van een onevenwichtige belangenafweging, onder meer omdat de juistheid van de uitkering slechts steekproefsgewijs werd gecontroleerd, waardoor het kennelijk mogelijk was dat een fout pas na 17 jaar werd ontdekt. Een ander uiterste is te vinden in een uitspraak van de Afdeling uit datzelfde jaar. De door het bestuursorgaan gemaakte fout was de volgende morgen al bij de geadresseerde bekend. De Afdeling was daarom van mening dat
‘de verwachtingen die bij appellant zijn gewekt niet van zodanige aard en duurzaamheid zijn geweest dat appellant daaraan een rechtens te honoreren aanspraak […] heeft kunnen ontlenen.’4
De bovengenoemde uitspraken zijn uitersten. Veel zal in een concreet geval afhangen van de in geding zijnde omstandigheden. Zo was in een uitspraak van het CBb sprake van een tijdsverloop van 9 jaar, maar werd ook meegewogen dat de minister de onjuistheid van de beschikking al veel eerder had kunnen ontdekken, maar dat hij van de mogelijkheden daartoe geen gebruik had gemaakt. De intrekking was dan ook niet toegestaan.5 Het bestuursorgaan heeft dus een bepaalde verantwoordelijkheid wanneer de oorzaak van de onjuistheid bij dat orgaan ligt. Daar tegenover kan kenbaarheid van een door het bestuursorgaan gemaakte fout aanleiding zijn om een beroep op tijdsverloop niet te honoreren.6 Hetzelfde geldt voor de situatie waarin een beschikking wordt ingetrokken, omdat de geadresseerde onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt.7
Ook in de Model Rules is een bepaling opgenomen inzake de termijn voor intrekking. De termijn geldt alleen ingeval een begunstigende beschikking wordt ingetrokken en is gekoppeld aan de bevoegdheid om een beschikking met terugwerkende kracht in te trekken. Intrekking met terugwerkende kracht is slechts toegestaan, wanneer deze plaatsvindt binnen een redelijke termijn.8 De redelijke termijn begint te lopen op het moment dat de primaire beschikking is gegeven. Er is gekozen voor een flexibele termijn, zodat met alle relevante omstandigheden van het concrete geval rekening kan worden gehouden.9 Per geval moet dus worden bezien of intrekking met terugwerkende kracht is toegstaan. Wacht het bevoegde orgaan te lang, dan is intrekking ex tunc uitgesloten. Gelet op de tekst van de bepaling is een intrekking ex nunc daarentegen niet uitgesloten.