Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/1.5
1.5 Belang
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS420608:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De EU omvat de volgende 28 lidstaten: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden. Het Verenigd Koninkrijk is voornemens de EU te verlaten.
Zie G.J. van Norden, De performance van de btw (oratie), Tilburg 2014, blz. 5 e.v.
Zie Kamerstukken II 1998/99, 26727, 3, blz. 21.
De miljoenennota 2015 vermeldt als geraamde opbrengst omzetbelasting € 44,7 mld, loonen inkomstenbelasting € 52,4 mld, en vennootschapsbelasting € 14,4 mld.
Zie G.J. van Norden, De performance van de btw (oratie), Tilburg 2014, blz. 7.
In onder meer Oostenrijk en Hongarije is de regeling slechts van toepassing onder specifieke omstandigheden, zoals reorganisatie of fusie. In andere lidstaten, zoals Kroatië en Portugal is toepassing beperkt tot belaste activiteiten.
R.T.G. Verstraaten, Fusie en interne reorganisatie in de indirecte belastingen, Deventer: Kluwer 1997.
Onder meer: R.R.J.M. Keijsers, ‘De overdracht van een onderneming, geruisloos (art. 31 Wet OB 1968)’, WFR 1985/472, H.W.M. van Kesteren, ‘Verkoop van aandelen en de toepassing van art. 31’, BTW-bulletin 1999/95, R.N.G. van der Paardt, ‘Overdracht BTW-onderneming uit het graf herrezen?’, WFR 2000/19, G.J. van Norden, ‘De algemeenheid van goederen in de btw weer op de agenda’, WFR 2004/6603, M.M.W.D. Merkx, ‘Modewereld nu ook verantwoordelijke voor de trend in de btw’, MBB 2005/02, A.J. van Doesum en G.J. van Norden, ‘Bedrijfsoverdrachten en omzetbelasting’, WPNR 2007/6695, J.J.M. Lamers, ‘Ondernemingen overnemen zonder btw’, NTFR Beschouwingen 2008/48, B.G. van Zadelhoff, ‘Overdrachten zonder btw’, WFR 2009/45 en G.J. van Norden, ‘Geen paradox maar een echte tegenstelling in de btw: strikter en ruimer’, WFR 2010/684.
Zie vanuit Europees perspectief: Joep Swinkels, Transfer of a going concern under European VAT, Int. VAT Monitor, March/April 2007.
A.J. van Doesum, ‘Aftrekbaarheid van btw bij de oprichting van een SE’, in: Alle wegen leidennaar Brussel (NOB-lustrumbundel), de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, Amsterdam 2004, G.J. van Norden, Het concern in de BTW, Deventer: Kluwer 2007, blz. 402 e.v., J.H.M. Arts, ‘Heffing van omzetbelasting bij fusies, splitsingen en interne reorganisaties’, in: De toekomstvan de btw (Liber amicorum ter gelegenheid van het emeritaat van prof. Arthur Denie), Deventer: Kluwer 2011.
Btw wordt op basis van de geharmoniseerde regeling van de Btw-richtlijn geheven in de gehele EU.1 Daarbij geldt dat btw als indirecte belasting ten opzichte van directe belastingen van steeds groter belang wordt.2 Dit met name omdat de btw een eenvoudig systeem van heffing kent dat, in vergelijking tot directe belastingen, minder gevoelig is voor economische ontwikkelingen.3 Als gevolg hiervan is btw een belangrijke bron van inkomsten voor de overheid geworden.4 Dit belang voor de overheidsfinanciën neemt toe in landen die reeds een btw-systeem kennen. Bovendien introduceren steeds meer landen een btw.5 Overigens is de geruisloze overgang door alle lidstaten op enigerlei wijze geïmplementeerd.6
Verstraaten is in 1997 gepromoveerd op zijn proefschrift getiteld: ‘Fusie en interne reorganisatie in de indirecte belastingen’.7 Hierin komen de gevolgen aan de orde van fuseren en intern reorganiseren in respectievelijk de overdrachtsbelasting, de kapitaalsbelasting en de omzetbelasting. Het onderzoek van Verstraaten richt zich op de wijze waarop in deze drie belastingen verschillende soorten bedrijfsoverdrachten in Nederland in de heffing worden betrokken. Hiermee ligt de nadruk van zijn onderzoek in het bijzonder aan de heffingskant van deze belastingen en komt bijvoorbeeld het recht op aftrek van voorbelasting in de omzetbelasting minder aan de orde. Het onderzoek van Verstraaten is bovendien uitgevoerd vanuit nationaalrechtelijk perspectief. Mijn onderzoek is primair Unierechtelijk van aard. Bovendien speelt het recht op aftrek van voorbelasting in mijn onderzoek een grote rol, onder meer in het kader van het fiscale neutraliteitsbeginsel.
Met name op nationaal niveau is over artikel 37d Wet OB 1968 (voorheen: artikel 31 Wet OB 1968) veel geschreven.8 Een integraal onderzoek met betrekking tot de Europese btw naar de btw-gevolgen van fusies en overnames in het licht van het toepassingsbereik van de geruisloze overgang ontbreekt vooralsnog.9
De relatie tussen handelingen inzake aandelen en de btw is veel aan de orde geweest in jurisprudentie en literatuur. Een onderzoek vanuit het perspectief van de geruisloze overgang ontbreekt evenwel en noopt tot een nieuwe beschouwing van het geheel, inclusief de gevolgen voor het recht op aftrek van voorbelasting.
Tot op heden zijn de btw-gevolgen van de juridische fusie en splitsing slechts op beperkte schaal voorwerp geweest van onderzoek.10 In die zin is mijn integrale onderzoek naar die gevolgen dan ook van belang.