Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.3.2
6.3.2 Aard van de rechtsfiguur
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS385304:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreid over deze rechtsverhouding Van den Ingh 1991, p. 263-267.
Zie uitgebreid over deze rechtsverhouding Van den Ingh 1991, p. 151-243.
Zie uitgebreid over deze rechtsverhouding Van den Ingh 1991, p. 245-262.
Vgl. Noordraven 1988, p. 179 en Van den Ingh 1991, p. 198-202.
Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 665. Voor de laatste norm in de doelomschrijving zie HR 1 juli 1988,NJ 1989, 226, m.nt. Ma (Drukker).
Van den Ingh 1991, p. 205 en Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 665.
Van den Ingh 1991, p. 206 en Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 665.
In paragraaf 3.7.8 en 4.4 ging ik reeds in op de rechtsfiguur van certificering van aandelen. De aard van deze rechtsfiguur is als volgt. Door certificering wordt de juridische en economische eigendom van aandelen gesplitst. Het administratiekantoor is eigenaar van de aandelen in de BV en houdt die aandelen op grond van een beheersovereenkomst voor de certificaathouder. Er is sprake van een driehoeksverhouding, bestaande uit de verhouding (i) tussen de BV en het administratiekantoor,1 (ii) tussen het administratiekantoor en de certificaathouder2 en (iii) tussen de BV en de certificaathouder.3 Het is deze driehoeksverhouding die de interne verhoudingen vormgeven. Daarbij is vooral relevant of sprake is van certificaten met en zonder vergaderrecht. Andere relevante factoren zijn of sprake is van gehele of gedeeltelijke certificering van de aandelen in de BV en van royeerbare, beperkte royeerbare of niet-royeerbare certificaten.
Met de scheiding van de aan de aandelen verbonden financiële en zeggenschapsrechten vindt in zekere mate een inbreuk plaats op de dualistische structuur van de BV en komen wellicht principal-agent-problemen eerder om de hoek kijken. De certificaathouder is immers de werkelijke kapitaalverschaffer in de BV, doch de zeggenschapsrechten (waaronder het stemrecht) worden door het administratiekantoor, als aandeelhouder in de algemene vergadering van de vennootschap uitgeoefend. Het bestuur van het administratiekantoor vertegenwoordigt het administratiekantoor in de algemene vergadering. De zeggenschap komt daardoor bij een kleine groep van personen te liggen in plaats van bij iedere individuele certificaathouder. Deze problematiek klemt te meer, indien het bestuur van het administratiekantoor onder (grote) invloed staat van het bestuur van de vennootschap, bijvoorbeeld in het geval dat het bestuur van het administratiekantoor geheel of gedeeltelijk uit dezelfde bestuurder(s) bestaat als het bestuur van de vennootschap.4
Dit probleem kan ondervangen worden door in de doelomschrijving in de statuten van het administratiekantoor en in de administratievoorwaarden een norm op te nemen, waarnaar het bestuur van het administratiekantoor zich moet richten, in het bijzonder bij het uitoefenen van het stemrecht. Het administratiekantoor oefent immers namens de certificaathouders de aan de gecertificeerde aandelen verbonden rechten jegens de vennootschap uit. Die norm houdt bijvoorbeeld in dat het administratiekantoor de belangen van de certificaathouders behartigt. Ook komt het voor dat een andere norm wordt opgenomen, namelijk het behartigen van de belangen of continuïteit van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.5 In de literatuur wordt echter gesteld dat sprake is van een ‘ondergrens’. Het administratiekantoor mag niet, ongeacht de vraag of, en zo ja welke norm opgenomen is in de statuten en in de administratievoorwaarden, de belangen van de certificaathouders onevenredig schaden.6
Bij schending van de norm door het administratiekantoor is sprake van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. Ik verwijs naar paragraaf 6.3.3.2. Onder omstandigheden kunnen de bestuurders van het administratiekantoor uit hoofde van onrechtmatige daad worden aangesproken.7