Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.17.7
IV.17.7 Tot intrekking bevoegde autoriteit (lid 5)
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376523:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijkbaar met de relatieve competentie zoals die in het Nederlandse systeem wordt gehanteerd voor de vraag welke rechter bevoegd is.
Bijvoorbeeld: het college van B&W of de gemeenteraad.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 164.
Maurer 2011, p. 310, Detterbeck 2013, p. 237. Dit hoeft niet altijd zo te zijn. Vgl. BVerwGE 22 maart 2012, zaaknr. 1 C 5.11.
Maurer 2011, p. 310 met een verwijzing naar BVerwGE 25 augustus 1995, NVwZ 1996/538, Detterbeck 2013, p. 237.
Het vijfde lid van § 48 VwVfG bepaalt ten slotte welke autoriteit bevoegd is tot Rücknahme. Dit is de autoriteit die op grond van § 3 VwVfG als bevoegd gezag is aangewezen. In laatstgenoemde bepaling is de zogenaamde örtliche Zuständigkeit van het bestuursorgaan neergelegd.1 Voor de zogenaamde sachliche Zustandïgkeit, dat wil zeggen de vraag welk specifiek orgaan bevoegd is,2 moet de bijzondere wet worden geraadpleegd.3 Bevoegd tot intrekking is veelal hetzelfde bestuursorgaan als het bestuursorgaan dat de betreffende beschikking heeft gegeven.4 Een vraag die rijst is welke autoriteit bevoegd is tot intrekking, indien de beschikking is gegeven door een daartoe onbevoegde autoriteit. Het Bundesverwaltungsgericht heeft bepaald dat in zo’n geval het bestuursorgaan dat op het moment van Rücknahme bevoegd is tot verlening van de betreffende beschikking, ook bevoegd is deze beschikking in te trekken.5