Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.14.3.3.2
III.14.3.3.2 Terminologie
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS381341:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer artt. 8b lid 2 en 8c lid 2 AOW en art. 20 WW.
Zie art. 20 lid 1 aanhef WW.
T&C Socialezekerheidsrecht 2014, art. 20 WW aant. 1 en Pennings en Damsteegt 2009, p. 21.
Vgl. CRvB 9 november 1993, RSV 1994/105 en CRvB 7 december 2005, RSV 2006/137 m.nt. Van Ogtrop en USZ 2006/51. Vgl. voorts Pennings en Damsteegt 2009, p. 25.
SVB Beleidsregels AOW e.d. 2014, nr. SB1090.
Zie bijvoorbeeld CRvB 3 mei 2013, JB 2013/138 en USZ 2013/186.
CRvB 18 juli 2006, RSV 2006/275 m.nt. Stijnen, JWWB 2006/262 en USZ 2006/267 en CRvB 20 juli 2006, JWWB 2006/263 m.nt. Red., RSV 2006/274 en USZ 2006/268.
Stijnen merkt op dat door de in deze uitspraken gegeven uitleg de reikwijdte van de artikelen 43 en 44 Pw aanzienlijk wordt ingeperkt, omdat bijna altijd pas een besluit tot beëindiging wordt genomen nadat het recht op bijstand is geëindigd. Zie Stijnen in RSV 2006/275. In bovenstaande visie van de Raad is dan per definitie sprake van intrekking.
Afhankelijk van onder meer de overtreding die heeft plaatsgevonden.
Pennings en Damsteegt 2009, p. 218.
Art. 18 lid 2 WWB. Onder de Abw werd wel de term maatregel gehanteerd.
CRvB 24 juni 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD5423.
Opvallend aan het socialezekerheidsrecht is dat een veelheid aan termen wordt gebruikt voor het aantasten van het recht op een bepaald soort uitkering. In deze paragraaf wordt een aantal van deze termen nader bezien en wordt het onderscheid tussen de verschillende wijzen van aantasting onderzocht.
Op diverse plaatsen in het socialezekerheidsrecht komen de termen herzien en intrekken voor in een en dezelfde bepaling.1 Gelet op de parlementaire geschiedenis, lijkt met de term herzien te worden gedoeld op een wijziging van de uitkering (dat wil zeggen een partiële aantasting), terwijl intrekking ziet op het aantasting van de gehele uitkering (zijnde een herziening tot 0).2 Het verschil met de intrekking is dus dat na herziening nog een recht op uitkering of pensioen bestaat, terwijl na een intrekking daarop in het geheel geen recht meer bestaat.
Een tweede van belang zijnde term is beëindiging.3 Beëindigingsgronden zijn onder meer te vinden in art. 20 WW. In de daar genoemde gevallen eindigt het recht op uitkering.4 Net zoals het recht op een WW-uitkering van rechtswege ontstaat (als aan de in de wet genoemde voorwaarden is voldaan),5 zo eindigt ook het recht op WW-uitkering van rechtswege. De beslissing van het UWV inzake beëindiging van de WW-uitkering is slechts declaratoir van aard.6 Ook onder de AOW is beëindiging van de uitkering mogelijk. Dit is logischerwijs het geval wanneer de pensioengerechtigde overlijdt. Ook in dat geval is sprake van het van rechtswege eindigen van het recht op ouderdomspensioen.7 Ook eindigt op grond van art. 8b lid 2 respectievelijk art. 8c lid 2 AOW het recht op uitkering indien de pensioengerechtigde rechtens zijn vrijheid is ontnomen gedurende 1 maand of langer, dan wel indien de pensioengerechtigde zich onttrekt aan tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. Hoewel in de tekst van beide bepalingen wordt gesproken over het eindigen van het recht op ouderdomspensioen, blijkt wel een beslissing vereist te zijn van de SVB. In de parlementaire geschiedenis bij art. 8b lid 2 AOW wordt gesproken over het beëindigen van het ouderdomspensioen.8 Ook uit de rechtspraak blijkt dat een beëindigingsbesluit wordt genomen.9 Over de mogelijkheden tot beëindigen van het recht op bijstand is in de Pw niets expliciet bepaald. Een en ander neemt niet weg, dat een bijstandsuitkering ook kan worden beëindigd. Gelet op de jurisprudentie geschiedt een en ander op grond van de artikelen 43 en 44 Pw. Daartoe wordt een beëindigingsbesluit genomen.10 Van beëindiging is volgens de Raad sprake indien aan een besluit tot toekenning van bijstand de juridische grondslag wordt ontnomen met ingang van een dag die is gelegen op of na de datum van het beëindigingsbesluit. Beëindiging is mogelijk in gevallen waarin niet meer wordt voldaan aan de vereisten voor het in aanmerking komen voor het recht op bijstand. De CRvB zet deze beeindiging af tegen de intrekking van een bijstandsuitkering. Van intrekking is naar het oordeel van de Raad sprake indien een toekenningsbesluit ongedaan wordt gemaakt vanaf een datum gelegen in het verleden of over een in het verleden gelegen periode in verband met schending van de inlichtingenplicht.11
Een derde veel voorkomende term is de term maatregel.12 De maatregel vormt, zoals gezegd, een reactie op een door de uitkeringsgerechtigde begane overtreding. Met de term maatregel wordt gedoeld op het (geheel of gedeeltelijk, blijvend of tijdelijk13) weigeren van de betreffende uitkering. De maatregel mag dus slechts voor de toekomst worden opgelegd. Een en ander houdt in dat de maatregel niet mag worden opgelegd met ingang van een datum gelegen voor de datum waarop de verwijtbare gedraging heeft plaatsgevonden.14 Onder de huidige Pw (artikel 18 lid 2 van die wet) wordt gesproken over een verlaging van de uitkering.15 Het betreft hier eveneens een maatregel. Evenals voor de maatregel op grond van de AOW en de WW geldt voor de verlaging op grond van de WWB dat deze niet eerder mag ingaan dan de datum waarop de gesanctioneerde gedraging zich heeft voorgedaan.16