De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.1.1:3.1.1 Inleiding
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.1.1
3.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS381867:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meeste enquêteverzoeken zijn afkomstig van de aandeelhouders. Over het algemeen is duidelijk wie als aandeelhouder kwalificeert en dat hij aan de kapitaalseisen voldoet. Niettemin rijzen er in bepaalde situaties vragen over zijn toegang tot het enquêterecht.
Voor zijn enquêtebevoegdheid moet de aandeelhouder voldoen aan de kapitaalseisen van art. 2:346 lid 1 sub b of c BW (§ 3.1.3.1). In § 3.1.3.2 bespreek ik de werking van deze kapitaalseisen bij de zogenoemde ‘kleine’ en ‘grote’ vennootschap, alsmede bij de beursvennootschap.
Indien aandelen in een gemeenschap vallen, zijn de deelgenoten gezamenlijk gerechtigd tot de aandelen in die gemeenschap. In § 3.1.5 onderzoek ik of dat feit eraan in de weg staat dat een afzonderlijke deelgenoot een enquêteverzoek kan indienen. De enquêtebevoegdheid van houders van aandelen die in een (buitenlands) giraal effectensysteem zijn opgenomen, komt in § 3.1.6.1 aan de orde. Ook bespreek ik de enquêtebevoegdheid van de houders van met certificaten vergelijkbare buitenlandse instrumenten (§ 3.1.6.2)
In § 3.1.7 staat de vraag centraal wie in het geval van een faillissement van een aandeelhouder-rechtspersoon bevoegd is tot het indienen van een enquêteverzoek. Voorts ga ik in op de enquêtebevoegdheid van de aandeelhouder die zich vóór het indienen van het enquêteverzoek heeft verbonden zijn aandelen over te dragen, maar nog niet geleverd heeft (§ 3.1.8).
Tot slot is in de rechtspraak aanvaard dat de enquêteprocedure openstaat voor de aandeelhouder die niet langer voldoet aan de kapitaalseis of zelfs geheel geen aandeelhouder meer is (§ 3.1.9 en 3.1.10.1). Ik onderzoek onder welke omstandigheden hij enquêtebevoegd is en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn (§ 3.1.10.2).