FED 1993/312
De pensioentermijnen zijn nog bij de erflater belastbaar en vervolgens bij de erfgenamen als negatieve inkomsten aftrekbaar. Het hof heeft aangenomen dat de erflater onder een opschortende voorwaarde afstand heeft gedaan van zijn ouderdomspensioen ten behoeve van een geschikt te bevinden sociaal doel. Pas na het overlijden van de erflater werd aan de voorwaarde voldaan.
HR 03-03-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5276, m.nt. J. Rensema
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 maart 1993
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
28 842
- Noot
J. Rensema
- LJN
ZC5276
- JCDI
JCDI:ADS210189:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC5276, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑03‑1993
- Wetingang
Art. 33 Wet IB 1964
Essentie
De pensioentermijnen zijn nog bij de erflater belastbaar en vervolgens bij de erfgenamen als negatieve inkomsten aftrekbaar. Het hof heeft aangenomen dat de erflater onder een opschortende voorwaarde afstand heeft gedaan van zijn ouderdomspensioen ten behoeve van een geschikt te bevinden sociaal doel. Pas na het overlijden van de erflater werd aan de voorwaarde voldaan.
Uitspraak
Het geschil betrof de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1984.
Vaststaat:
De heer X genoot een ouderdomspensioen van A BV (hierna: de BV).
Op grond van dat ouderdomspensioen zijn aan de heer X in het jaar 1984 over de maanden januari tot en met april ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.