FED 1993/214
HR, 03-03-1993, nr. 28 842
HR 03-03-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5276
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 maart 1993
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
28 842
- LJN
ZC5276
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC5276, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑03‑1993
- Wetingang
Art. 33 Wet IB 1964
Uitspraak
Belanghebbende, X, geniet een ouderdomspensioen van A BV. Op grond van dat pensioen zijn aan X in 1984 over januari t/m april maandelijkse uitkeringen gedaan van f 7670. Vanaf mei 1984 zijn geen uitkeringen meer gedaan. X is in november 1984 overleden. Bij brief van 15 november 1984 heeft de executeur-testamentair aan de gedelegeerd commissaris van A BV geschreven: 'Naar aanleiding van het feit, dat X vanwege de moeilijke omstandigheden, waarin A BV verkeerde, afzag van de aan hun uit te keren ouderdomspensioenbedragen, zulks onder de ontbindende voorwaarde, dat deze gelden besteed zouden worden aan een door hun geschikt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.