FED 1990/91
Zeegaande zeiljachten zijn aan te merken als vervoermiddelen, zodat de verhuur van die goederen wordt verricht op de plaats waar de verhuurder woont of is gevestigd.
HvJ EG 15-03-1989, ECLI:EU:C:1989:132, m.nt. D.B. Bijl
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
15 maart 1989
- Magistraten
Hamann; Jacobs
- Zaaknummer
51/88
- Noot
D.B. Bijl
- LJN
BF3150
- JCDI
JCDI:ADS207847:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1989:132, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 15‑03‑1989
ECLI:EU:C:1989:75, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 21‑02‑1989
- Wetingang
Art. 9, tweede lid, letter d, Zesde EG-richtijn inzake omzetbelasting, art. 6, tweede lid, letter d, Wet OB 1968
Essentie
Zeegaande zeiljachten zijn aan te merken als vervoermiddelen, zodat de verhuur van die goederen wordt verricht op de plaats waar de verhuurder woont of is gevestigd.
Uitspraak
Het Finanzgericht Hamburg heeft een prejudiciele vraag gesteld betreffende de uitlegging van art. 9, tweede lid, sub d, van de Zesde richtlijn (77/388) van de Raad.
Deze vraag is gerezen in een geding tussen K. Hamann en het Finanzamt Hamburg-Eimsbuttel, betreffende de vraag of de verhuur door een onderneming in de Bondsrepubliek Duitsland van zeiljachten die hoofdzakelijk in de Deense en Zweedse wateren worden gebruikt, doch ook in Noorwegen en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.