GS Personen- en familierecht, titel 3 Boek 1 BW, aant. 3:3 Afwijkende woonplaatsconcepten in bijzondere wetten
GS Personen- en familierecht, titel 3 Boek 1 BW, aant. 3
3 Afwijkende woonplaatsconcepten in bijzondere wetten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
prof. mr. G.R. de Groot , actueel t/m 12-06-2025
Actueel t/m
12-06-2025
Tijdvak
01-01-1992 tot: -
Auteur
prof. mr. G.R. de Groot
Vindplaats
GS Personen- en familierecht, titel 3 Boek 1 BW, aant. 3
Als een wettelijk voorschrift het begrip 'woonplaats' gebruikt voor de bepaling van rechten of plichten moet aan de hand van het Burgerlijk Wetboek worden vastgesteld waar een persoon zijn woonplaats heeft, tenzij het tegendeel blijkt (HR 13 maart 1914, NJ 1914, 627; W9646). Diverse bijzondere wetten van voornamelijk publiekrechtelijke aard gaan echter uitdrukkelijk van een van het Burgerlijk Wetboek afwijkend concept van woonplaats uit.
Zo bijvoorbeeld art. 2-3 Provinciewet; art. 2-3 Gemeentewet; art. 11 Waterschapswet; art. B 2-4Kieswet, waar telkens de uitdrukking 'werkelijke woonplaats' wordt gebruikt. Zie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Personen- en familierecht, titel 3 Boek 1 BW, aant. 3
3 Afwijkende woonplaatsconcepten in bijzondere wetten
prof. mr. G.R. de Groot , actueel t/m 12-06-2025
12-06-2025
01-01-1992 tot: -
prof. mr. G.R. de Groot
GS Personen- en familierecht, titel 3 Boek 1 BW, aant. 3
Personen- en familierecht / Personenrecht
gekozen woonplaats
afhankelijke woonplaats
Burgerlijk Wetboek Boek 1 titel 3
Als een wettelijk voorschrift het begrip 'woonplaats' gebruikt voor de bepaling van rechten of plichten moet aan de hand van het Burgerlijk Wetboek worden vastgesteld waar een persoon zijn woonplaats heeft, tenzij het tegendeel blijkt (HR 13 maart 1914, NJ 1914, 627; W9646). Diverse bijzondere wetten van voornamelijk publiekrechtelijke aard gaan echter uitdrukkelijk van een van het Burgerlijk Wetboek afwijkend concept van woonplaats uit.
Zo bijvoorbeeld art. 2-3 Provinciewet; art. 2-3 Gemeentewet; art. 11 Waterschapswet; art. B 2-4Kieswet, waar telkens de uitdrukking 'werkelijke woonplaats' wordt gebruikt. Zie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.