Einde inhoudsopgave
Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
Artikel 2.2 De andere belanghebbende(n) (de artikelen 8:26 en 8:43 van de Awb)
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Vreemdelingenprocesrecht
Bestuursprocesrecht / Algemeen
1.
De griffier stelt binnen een week na de ontvangst van het beroepschrift de op dat moment bij de rechtbank bekende andere belanghebbenden van de ontvangst van het beroepschrift op de hoogte. De griffier verzendt deze mededeling per post.
2.
De rechtbank kan het bestreden besluit, het beroepschrift en de gronden van beroep op papier ter beschikking stellen aan degene die zij in de gelegenheid stelt om als partij aan het geding deel te nemen. De rechtbank stelt deze betrokkene een termijn van twee weken om kenbaar te maken of deze als partij aan het geding wil deelnemen.
3.
Op het verzoek van een andere belanghebbende om als partij aan het geding deel te nemen beslist de bestuursrechter — eventueel voorlopig — binnen vier weken na de ontvangst van het verzoek. De rechtbank past daarbij artikel 2.10, vijfde lid, van dit reglement toe en kan partijen in de gelegenheid stellen alsnog een beroep te doen op artikel 8:29 van de Awb.
4.
De rechtbank stelt binnen twee weken nadat een belanghebbende (voorlopig) als partij in het geding is toegelaten, aan deze partij de (overige) op de zaak betrekking hebbende stukken ter beschikking. De rechtbank stelt deze partij daarbij in de gelegenheid binnen vier weken een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven.
5.
De rechtbank verlengt de in het vierde lid van dit artikel genoemde termijnen voor zover dat noodzakelijk is vanwege besluitvorming over beperking van de kennisneming, anoniem procederen of geheimhouding van stukken of vanwege de feitelijke uitvoering van een beslissing die de rechtbank daarover neemt.