Einde inhoudsopgave
Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
Artikel 2.10 Voorbehouden kennisneming (artikel 8:32 van de Awb)
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Vreemdelingenprocesrecht
Bestuursprocesrecht / Algemeen
1.
Een partij die wil dat de rechtbank bepaalt dat kennisneming van stukken is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat of arts is of daarvoor van de rechtbank bijzondere toestemming heeft gekregen, vermeldt dit bij het indienen van de stukken.
2.
Als deze stukken op papier worden ingediend, worden deze in een aparte envelop aan de griffie bijgesloten. Op de envelop vermeldt de partij de term ‘8:32 van de Awb’. Als deze stukken digitaal worden ingediend, gebeurt dit in een afzonderlijke indiening met de uitdrukkelijke vermelding van de term ‘8:32 van de Awb’.
3.
De rechtbank beslist binnen twee weken na ontvangst van deze stukken.
4.
Als het beroep betrekking heeft op artikel 88 e.v. van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 103 e.v. van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 75b van de Ziektewet en artikel 129c van de Werkloosheidswet beoordeelt de rechtbank ook zonder verzoek van een partij of artikel 8:32 van de Awb moet worden toegepast.
5.
De rechtbank beslist voordat zij een andere belanghebbende als bedoeld in artikel 2.2 van dit reglement in de procedure toelaat of artikel 8:32 van de Awb moet worden toegepast.