Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1620 tot oprichting van de autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010
Artikel 77 Door geselecteerde en niet-geselecteerde meldingsplichtige entiteiten te betalen vergoedingen
Geldend
Geldend vanaf 26-06-2024
- Bronpublicatie:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1620 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1620)
- Inwerkingtreding
26-06-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1620 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1620)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
EU-recht / Instituties
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De autoriteit brengt een jaarlijkse toezichtvergoeding in rekening voor alle in artikel 13 bedoelde geselecteerde meldingsplichtige entiteiten en voor de niet-geselecteerde meldingsplichtige entiteiten die voldoen aan de criteria van artikel 12, lid 1. De vergoedingen dekken de uitgaven van de autoriteit voor de in hoofdstuk II, afdelingen 3 en 4, bedoelde toezichttaken. Die vergoedingen gaan het bedrag van de uitgaven voor die taken niet te boven. Indien in een bepaald jaar niet volledig aan die criteria wordt voldaan, worden bij de berekening van de vergoedingen voor de volgende twee jaren de nodige aanpassingen aangebracht.
2.
Het bedrag van de aan elke in lid 1 bedoelde meldingsplichtige entiteit aangerekende vergoeding wordt berekend overeenkomstig de regelingen die zijn vastgesteld in de in lid 6 bedoelde gedelegeerde handeling.
3.
De vergoedingen worden berekend op het hoogste consolidatieniveau in de Unie overeenkomstig de toepasselijke boekhoudkundige normen.
4.
De grondslag voor de berekening van de jaarlijkse toezichtvergoeding voor een bepaald kalenderjaar bestaat uit de uitgaven voor direct en indirect toezicht op de geselecteerde en niet-geselecteerde meldingsplichtige entiteiten die in dat jaar een vergoeding moeten betalen. De autoriteit mag eisen dat op een redelijke raming gebaseerde voorschotten op de jaarlijkse toezichtvergoeding worden betaald. De autoriteit pleegt overleg met de betrokken financiële toezichthouder alvorens een besluit te nemen over het definitieve niveau van de vergoeding, teneinde ervoor te zorgen dat het toezicht voor alle meldingsplichtige entiteiten in de financiële sector kostenefficiënt en redelijk blijft. De autoriteit stelt de betreffende meldingsplichtige entiteiten in kennis van de grondslag voor de berekening van de jaarlijkse toezichtvergoeding. De lidstaten zorgen ervoor dat de verplichting tot betaling van de in dit artikel bedoelde vergoedingen afdwingbaar is volgens het nationale recht en dat de verschuldigde vergoedingen volledig worden betaald.
5.
Dit artikel doet geen afbreuk aan het recht van financiële toezichthouders een vergoeding aan te rekenen overeenkomstig het nationale recht en — voor zover aan de autoriteit geen toezichttaken zijn opgedragen, of ter zake van de kosten van samenwerking met en ondersteuning van de autoriteit en handelend op haar instructies — overeenkomstig het toepasselijke Unierecht.
6.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 100 een gedelegeerde handeling tot aanvulling van deze verordening vast te stellen met nadere bepalingen inzake de methode voor het berekenen van het bedrag van de vergoeding die wordt aangerekend aan alle geselecteerde en niet-geselecteerde meldingsplichtige entiteiten die overeenkomstig lid 1 van dit artikel vergoedingen moeten betalen, en inzake de procedure voor het innen van die vergoedingen. Bij de ontwikkeling van de methode voor het bepalen van het individuele bedrag van de vergoedingen houdt de Commissie rekening met het volgende:
- a)
de totale jaaromzet of het overeenkomstige type inkomsten van de meldingsplichtige entiteiten op het hoogste consolidatieniveau in de Unie overeenkomstig de toepasselijke boekhoudkundige normen;
- b)
of de meldingsplichtige entiteiten gekwalificeerd zijn voor direct toezicht;
- c)
de classificatie van het ML/TF-risico van de meldingsplichtige entiteiten overeenkomstig de in artikel 12, lid 7, punt b), bedoelde methode;
- d)
het belang van de meldingsplichtige entiteit voor de stabiliteit van het financiële stelsel of de economie van een of meer lidstaten of van de Unie;
- e)
dat het bedrag van de vergoeding dat bij niet-geselecteerde meldingsplichtige entiteiten in verhouding tot hun in punt a) bedoelde inkomsten of omzet moet worden geïnd niet hoger mag zijn dan 20 % van het bedrag van de vergoeding dat bij geselecteerde meldingsplichtige entiteiten met hetzelfde niveau van inkomsten of omzet moet worden geïnd.
De Commissie stelt de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling uiterlijk op 1 januari 2027 vast.