Einde inhoudsopgave
Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2007 – 2008
Artikel 4 Toetsing
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2007
- Redactionele toelichting
Bron: www.vfpf.nl
- Bronpublicatie:
07-06-2007, Internet 2007, 000 (uitgifte: 01-01-2007, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2007
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-06-2007, Internet 2007, 000 (uitgifte: 01-01-2007, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Primair onderwijs
Overheidsfinanciën / Bijzondere onderwerpen
Onderwijsrecht / Bijzondere onderwerpen
4.1. Voorkomen werkloosheid
Op het bevoegd gezag rust de verplichting in redelijkheid datgene te doen wat van het bevoegd gezag verwacht mag worden ter voorkoming van werkloosheid, respectievelijk om instroom in een werkloosheidsuitkering van betrokkene te voorkomen.
4.2. Trapsgewijze toetsing
De toetsing vindt trapsgewijs plaats. Eerst wordt de onvermijdbaarheid van het ontslag op grond van de door het bevoegd gezag aangegeven reden getoetst en vervolgens wordt de inspanning van het bevoegd gezag beoordeeld.
4.3. Onvermijdbaarheid ontslag
Een ontslag dient gemeld te worden op basis van een van de gronden genoemd in de artikelen 7 tot en met 11. In deze artikelen is per ontslaggrond aangegeven hoe het bevoegd gezag de onvermijdbaarheid van het ontslag aantoont.
4.4. Inspanningsverplichting
Bij elke melding wordt beoordeeld of aan het in artikel 4.1 gestelde is voldaan. Indien blijkt dat onvoldoende uitvoering is gegeven aan de activiteiten genoemd in het artikel dat op het ontslag van toepassing is, wordt het vergoedingsverzoek afgewezen. Het bevoegd gezag heeft tal van mogelijkheden en instrumenten van personeelsbeleid die gericht zijn op het voorkomen van een beroep op een werkloosheidsregeling. Omdat niet voor iedere soort ontslag eenzelfde inspanning kan worden verwacht, is bij iedere ontslaggrond zoals gesteld in de artikelen 7 tot en met 11, aangegeven aan welke eisen het bevoegd gezag dient te voldoen.
De inspanningsverplichting is door het Participatiefonds in de volgende categorieën ondergebracht:
Categorie I functionerings- en beoordelingsgesprekken
- 1.
overzicht met data van functionerings- en beoordelingsgesprekken, lesbezoeken en begeleidingsgesprekken, die hebben plaatsgevonden in de periode van een jaar voorafgaand aan de ontslagdatum;
- 2.
overzicht met data van reïntegratiegesprekken.
Categorie II vormen van begeleiding
- 1.
interne begeleiding door de leiding van de school; of,
- 2.
externe begeleiding door onderwijsbegeleidingsdienst, pedagogisch centrum, particulier instituut.
Categorie III hulp bij behoud van werk, intern
- 1.
intern een andere passende functie aanbieden; of,
- 2.
scholing, gericht op herplaatsing binnen het bevoegd gezag.
Categorie IV hulp bij behoud van werk, extern
- A.
(bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
voormelding bij het Participatiefonds. De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd; of
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
- B.
(bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
voormelding bij het Participatiefonds De voormelding vindt uitsluitend plaats middels het formulier 'Voormelding dreigend ontslag’ dat bij het Participatiefonds wordt aangevraagd.
De betreffende categorieën en een aantal van de activiteiten zijn opgenomen in de toelichting en in het formulier ‘Opgave medewerker’. Het bevoegd gezag informeert het Participatiefonds schriftelijk op welke wijze aan de inspanningsverplichting is voldaan.
Activiteiten in het kader van de inspanningsverplichting worden uitsluitend in de beoordeling van een vergoedingsverzoek meegenomen indien deze activiteiten hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de datum van ontslag.
4.4.1. Schriftelijk bewijs
Bij de categorieën I, II, III en IV wordt in alle gevallen schriftelijk bewijs gevraagd.
Categorie I Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop functionerings- en beoordelingsgesprekken hebben plaatsgevonden, danwel een overzicht van de data waarop reïntegratiegesprekken hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden.
Categorie II Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop de voortgang van de begeleiding is besproken. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden.
Categorie III Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop één of meer van de in de toelichting genoemde voorbeelden van activiteiten hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de activiteiten hebben plaatsgevonden.
Categorie IV A sub 1
Als bewijsschrift wordt onder andere geaccepteerd een afschrift van een brief waarmee het bevoegd gezag bij collega schoolbesturen informeert of er voor betrokkene een vacature voorhanden is, danwel een afschrift van een gespreksverslag waaruit blijkt dat de dreigende werkloosheid van betrokkene aan de orde is gesteld in overlegsituaties met collega schoolbesturen.
Indien gebruik wordt gemaakt van een mobiliteitscentrum of arbeidspool wordt als bewijsstuk geaccepteerd een afschrift van de inschrijving bij het mobiliteitscentrum of de arbeidspool.
Categorie IV A sub 3 en IV B sub 2
Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een afschrift van de voormelding zelf,danwel een afschrift van de ontvangstbevestiging van de voormelding.
Categorie IV A sub 4
Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een afschrift van de brief aan betrokkene waarin het aanbod tot het inschakelen van een outplacementbureau wordt gedaan.
4.4.2.
Indien door het bevoegd gezag niet (volledig) aan de gevraagde inspanning kan worden voldaan, geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan wat daarvan de reden is.
4.5. Onredelijkheid of onvoldoende onderbouwing
Het vergoedingsverzoek wordt afgewezen indien er sprake is van kennelijke onredelijkheid in het standpunt van het bevoegd gezag, onverminderd het gestelde in artikel 3.
4.6. Herplaatsing vanuit een centrale dienst
Naast de in artikel 4.4 genoemde activiteiten, onderzoekt het bestuur van een centrale dienst of er voor een met ontslag bedreigd personeelslid bij een van de aangesloten bevoegde gezagsorganen een vacature beschikbaar is, tenzij de aard van het ontslag zich hiertegen verzet. Indien blijkt dat er geen vacatures beschikbaar zijn, overlegt het bestuur van de centrale dienst een verklaring van alle aangesloten bevoegde gezagsorganen waaruit blijkt dat zij voor betrokkene geen plaatsingsmogelijkheden hebben.
Officiele toelichting