Einde inhoudsopgave
Uitvoeringsregeling GLB 2023
Artikel 32 Conditionaliteiten
Geldend
Geldend vanaf 21-01-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2026
- Redactionele toelichting
De inwerkingtreding is gecorrigeerd via een rectificatie (Stcrt. 2026, 6429).
- Bronpublicatie:
17-01-2026, Stcrt. 2026, 1855 (uitgifte: 20-01-2026, regelingnummer: WJZ/102046152)
- Inwerkingtreding
21-01-2026, terugwerkend tot: 01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-01-2026, Stcrt. 2026, 1855 (uitgifte: 20-01-2026, regelingnummer: WJZ/102046152)
- Vakgebied(en)
Agrarisch recht (V)
Overheidsfinanciën / EU-financiën
1.
Een landbouwer die deelneemt aan één of meer van de onder artikel 2, eerste en tweede lid , bedoelde regelingen, neemt de volgende bepalingen in acht:
- a.
de beheerseisen, bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 3;
- b.
de normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal, bedoeld in artikel 13 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 4; en
- c.
de sociale conditionaliteiten, bedoeld in artikel 14 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 4a.
2.
Percelen die zijn gecertificeerd overeenkomstig verordening (EU) 2018/848 of in omschakeling zijn naar biologisch worden geacht te voldoen aan de in het eerste lid, onderdeel b, en Bijlage IV bedoelde GLMC-normen 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal.