Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 86 Uitspraken betreffende de nietigheid
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-05-2025. Gecorrigeerd via een rectificatie (PbEU L, 2025/91037).
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
Indien in een procedure voor een rechtbank voor het Uniemodel een reconventionele vordering tot nietigverklaring van het Uniemodel wordt ingesteld,
- a)
verklaart de rechtbank voor het Uniemodel het Uniemodel nietig, indien blijkt dat een van de in artikel 25 genoemde gronden een beletsel vormt voor de instandhouding van het Uniemodel;
- b)
wijst de rechtbank voor het Uniemodel de reconventionele vordering af, indien blijkt dat geen van de in artikel 25 genoemde gronden een beletsel vormt voor de instandhouding van het Uniemodel.
2.
Een rechtbank voor het Uniemodel verwerpt een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel indien op een vordering met hetzelfde voorwerp en op dezelfde grond al door het Bureau tussen dezelfde partijen een onherroepelijke beslissing is gegeven.
3.
Indien een rechtbank voor het Uniemodel een in kracht van gewijsde gegane beslissing over een reconventionele vordering tot nietigverklaring van het ingeschreven Uniemodel heeft gewezen, wordt door de rechtbank of door een partij in de nationale procedure onverwijld een afschrift van de beslissing aan het Bureau toegezonden. Het Bureau of een andere belanghebbende partij kan verzoeken om informatie over de rechterlijke beslissing. Het Bureau neemt de rechterlijke beslissing op in het register overeenkomstig artikel 72, lid 3, punt r).