Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/573 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014
Artikel 23 Handelscontroles
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Redactionele toelichting
Gecorrigeerd via een rectificatie (PbEU L, 2025/90393).
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/573 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/573)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/573 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/573)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht (V)
1.
Douaneautoriteiten en markttoezichtautoriteiten handhaven de verbodsbepalingen en andere in deze verordening uiteengezette in- en uitvoerbeperkingen.
2.
Met het oog op het in het vrije verkeer brengen is de importeur die in de douaneaangifte is vermeld, de onderneming die houder is van het quotum of de toestemming om het quotum te gebruiken als vereist uit hoofde van deze verordening, en die op grond van artikel 20 in het F-gasportaal is geregistreerd.
Ten behoeve van andere invoer dan het in het vrije verkeer brengen wordt de onderneming die op grond van artikel 20 in het F-gasportaal is geregistreerd, aangemerkt als de in de douaneaangifte vermelde aangever die houder is van de vergunning voor een andere bijzondere regeling dan een doorvoerregeling, tenzij er een overdracht van rechten en verplichtingen op grond van artikel 218 van Verordening (EU) nr. 952/2013 plaatsvindt om een andere persoon als aangever toe te staan. In het geval van een doorvoerregeling is de onderneming die op grond van artikel 20 in het F-gasportaal is geregistreerd, de houder van de regeling.
Ten behoeve van de uitvoer wordt de onderneming die op grond van artikel 20 in het F-gasportaal is geregistreerd, aangemerkt als de exporteur zoals vermeld in de douaneaangifte.
3.
Bij invoer van gefluoreerde broeikasgassen en van producten en apparatuur die dergelijke gassen bevatten of nodig hebben voor hun werking, verstrekt de in de douaneaangifte of in de aangifte voor tijdelijke opslag vermelde importeur of, indien die niet beschikbaar is, de in de douaneaangifte vermelde aangever, en in geval van uitvoer de in de douaneaangifte vermelde exporteur, aan de douaneautoriteiten de volgende informatie in de douaneaangifte, indien relevant:
- a)
het identificatienummer in het F-gasportaal;
- b)
het registratie- en identificatienummer van de marktdeelnemer (exploitant) (EORI-nummer);
- c)
de nettomassa van gassen in bulk en van gassen die in producten en apparatuur, en in onderdelen daarvan, voorkomen;
- d)
de goederencode waaronder de goederen zijn ingedeeld;
- e)
de tonnen CO2-equivalent van gassen in bulk en van gassen die in producten of apparatuur, en in onderdelen daarvan, voorkomen.
4.
De douaneautoriteiten gaan in het bijzonder na of voor goederen die in het vrije verkeer worden gebracht, de in de douaneaangifte vermelde importeur over quota beschikt of over vergunningen om quota te gebruiken zoals vereist uit hoofde van deze verordening, voordat de goederen in het vrije verkeer worden gebracht. De douaneautoriteiten zien erop toe dat in gevallen van invoer de in de douaneaangifte vermelde importeur of, indien die niet beschikbaar is, de aangever, en in gevallen van uitvoer de in de douaneaangifte vermelde exporteur, op grond van artikel 20 in het F-gasportaal is geregistreerd.
5.
Indien relevant delen de douaneautoriteiten informatie over de inklaring van de goederen in het F-gasportaal via de EU-éénloketomgeving voor de douane.
6.
Importeurs van de in bijlage I en deel 1 van bijlage II vermelde gefluoreerde broeikasgassen in navulbare houders verstrekken op het moment dat de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt ingediend een conformiteitsverklaring zoals bedoeld in artikel 11, lid 4, aan de douaneautoriteiten, inclusief bewijsstukken waaruit blijkt welke regelingen gelden voor het terugzenden van de houder voor navulling.
7.
Importeurs van gefluoreerde broeikasgassen verstrekken op het moment dat de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt ingediend de in artikel 4, lid 6, bedoelde bewijsstukken aan de douaneautoriteiten.
8.
De conformiteitsverklaring en de in artikel 19, lid 2, bedoelde documentatie worden ter beschikking gesteld van de douaneautoriteiten op het moment waarop de douaneaangifte in verband met de vrijgave voor vrij verkeer wordt gedaan.
9.
De douaneautoriteiten gaan na of de in deze verordening uiteengezette regels inzake invoer en uitvoer zijn nageleefd, wanneer ze de controles op basis van een risicoanalyse verrichten binnen het douanerisicobeheersysteem en overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) nr. 952/2013. In die risicoanalyse wordt in het bijzonder rekening gehouden met beschikbare informatie over de waarschijnlijkheid van illegale handel in gefluoreerde broeikasgassen, en de nalevingsgeschiedenis van de betrokken onderneming.
10.
Op basis van een risicoanalyse gaat de douaneautoriteit bij fysieke douanecontroles van de onder deze verordening vallende stoffen, producten en apparatuur voor wat de ingevoerde en uitgevoerde goederen betreft met name na:
- a)
of de bij de douane aangeboden goederen overeenkomen met de beschrijving in de vergunning en in de douaneaangifte;
- b)
- c)
of de goederen naar behoren zijn geëtiketteerd overeenkomstig artikel 12 voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht.
De importeur of, indien die niet beschikbaar is, de aangever, of de exporteur, naargelang het geval, verstrekt overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 952/2013 tijdens de controles de vergunning aan de douaneautoriteiten.
11.
De douaneautoriteiten of de markttoezichtautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om pogingen tot in- of uitvoer te voorkomen van de onder deze verordening vallende stoffen, producten en apparatuur die het grondgebied reeds niet mochten binnenkomen of verlaten.
12.
De douaneautoriteiten gaan over tot de inbeslagname of verbeurdverklaring van de door deze verordening verboden niet-navulbare houders, zoals vermeld in artikel 11, lid 3, tweede alinea, punt a), van deze verordening, met het oog op verwijdering door vernietiging overeenkomstig de artikelen 197 en 198 van Verordening (EU) nr. 952/2013, of stellen de bevoegde autoriteiten in kennis teneinde de inbeslagname of verbeurdverklaring van die houders met het oog op verwijdering door vernietiging te verzekeren. De markttoezichtautoriteiten nemen dergelijke houders ook uit de handel of roepen ze terug overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2019/1020.
In andere, niet in de eerste alinea genoemde gevallen van illegale invoer, verdere levering of uitvoer die in strijd met deze verordening plaatsvinden, met name wanneer de in deel 1 van bijlage I vermelde gefluoreerde broeikasgassen in strijd met de in deze verordening opgenomen voorschriften inzake quota en toestemmingen in de handel zijn gebracht, in bulk of als vulling in producten en apparatuur, kunnen de douaneautoriteiten of markttoezichtautoriteiten alternatieve maatregelen nemen. Zij kunnen onder meer besluiten tot veiling, mits het vervolgens in de handel brengen in overeenstemming is met deze verordening.
De uitvoer van de in deel 1 van bijlage I vermelde gefluoreerde broeikasgassen waarvoor niet-naleving is vastgesteld na de vrijgave ervan voor vrij verkeer, is verboden.
13.
De lidstaten wijzen douanekantoren of andere plaatsen aan of keuren die goed en specificeren de route naar die kantoren en plaatsen, overeenkomstig de artikelen 135 en 267 van Verordening (EU) nr. 952/2013, voor het aanbrengen bij de douaneautoriteiten van de in bijlage I bij deze verordening vermelde gefluoreerde broeikasgassen en de in artikel 19 van deze verordening bedoelde producten en apparatuur bij het binnenkomen of het verlaten van het douanegebied van de Unie. Controles worden uitgevoerd door personeel van de douanekantoren of andere gemachtigde personen overeenkomstig de nationale voorschriften, die kennis hebben van aangelegenheden die verband houden met de voorkoming van onder deze verordening vallende illegale activiteiten en die toegang hebben tot geschikte apparatuur om de relevante fysieke controles uit te voeren op basis van een risicoanalyse.
Alleen de aangewezen of goedgekeurde douanekantoren of andere plaatsen zoals bedoeld in de eerste alinea zijn bevoegd om een procedure voor de doorvoer van de onder deze verordening vallende gassen, producten of apparatuur te starten of te beëindigen.