Einde inhoudsopgave
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Artikel 3.1.1 Vergoeding voor de werkzaamheden
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
12-12-2025, Stcrt. 2025, 40678 (uitgifte: 17-12-2025, regelingnummer: 2025-0000660061)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
12-12-2025, Stcrt. 2025, 40678 (uitgifte: 17-12-2025, regelingnummer: 2025-0000660061)
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
Staatsrecht / Decentralisatie
1.
Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een vergoeding voor de werkzaamheden per maand die afhankelijk is van de inwonersklasse van de gemeente waarin hij raadslid is en wordt vastgesteld aan de hand van de volgende tabel.
inwonersklasse | Vergoeding voor de werkzaamheden |
|---|---|
1 – 4 | € 1,305,79 |
5 | € 1.698,33 |
6 | € 1.987,30 |
7 | € 2.256,23 |
8 | € 2.628,44 |
9 | € 3.200,00 |
2.
Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
3.
Indien een gemeente in verband met een wijziging van het aantal inwoners op grond van artikel 3.3, eerste of derde lid, wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse of op grond van een besluit als bedoeld in artikel 3.4 voor een bepaald tijdvak in een hogere inwonersklasse wordt geplaatst, wordt de vergoeding voor de werkzaamheden van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde raadsleden aan de hand van de tabel in het eerste lid aangepast.
4.
5.
De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
6.
De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het raadslid op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.