Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2011/65/EU betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur
Artikel 6 Herziening en wijziging van de lijst van de stoffen waarvoor beperkingen gelden in bijlage II
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 13-08-2027.
- Bronpublicatie:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2456 (uitgifte: 12-12-2025, regelingnummer: 2025/2456)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2456 (uitgifte: 12-12-2025, regelingnummer: 2025/2456)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
1.
Om de in artikel 1 genoemde doelstellingen te verwezenlijken overweegt de Commissie overeenkomstig het voorzorgsbeginsel op gezette tijden en ten minste elke 4 jaar een evaluatie op basis van een grondige beoordeling, en een wijziging, van de lijst in bijlage II van stoffen waarvoor beperkingen gelden, en wel op eigen initiatief of na indiening van een beperkingsdossier door een lidstaat met de in lid 2 bedoelde informatie.
De herziening en wijziging van de lijst van stoffen waarvoor beperkingen gelden in bijlage II sluit aan bij andere wetgeving betreffende chemische stoffen, met name Verordening (EG) nr. 1907/2006, en houdt onder meer rekening met de bijlagen XIV en XVII van die verordening. Bij de herziening wordt gebruikgemaakt van openbaar toegankelijke kennis die is verkregen bij de toepassing van die wetgeving.
Om bijlage II te herzien en te wijzigen houdt de Commissie vooral rekening met de vraag of een stof, met inbegrip van stoffen van zeer geringe omvang of met een zeer kleine inwendige of oppervlaktestructuur, of groep van vergelijkbare stoffen:
- a)
- b)
gezien het gebruik ervan aanleiding zou kunnen geven tot ongecontroleerde of diffuse verspreiding in het milieu van de stof of gevaarlijke residuen of afbraakproducten zou doen ontstaan door de voorbereidingen voor hergebruik, recycling of andersoortige verwerking van materialen van afgedankte EEA in de huidige verwerkingsomstandigheden;
- c)
zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare blootstelling van de werknemers die bij inzameling of verwerking van afgedankte EEA betrokken zijn;
- d)
vervangen zou kunnen worden door andere stoffen of alternatieve technologieën die minder negatieve gevolgen hebben.
2.
De evaluatie en wijziging van de lijst van stoffen waarvoor beperkingen gelden, of een groep van vergelijkbare stoffen, in bijlage II, worden gebaseerd op beperkingsdossiers die op verzoek van de Commissie door het Agentschap zijn opgesteld of die door een lidstaat zijn opgesteld.
Bij het opstellen van beperkingsdossiers houdt het Agentschap of een lidstaat rekening met alle beschikbare informatie en alle relevante beoordelingen die ten behoeve van andere rechtshandelingen van de Unie zijn ingediend en die om het even welk deel van de levenscyclus, met name de afvalfase, van de in EEA gebruikte stof bestrijken. Andere organen die uit hoofde van het Unierecht zijn opgericht en soortgelijke taken verrichten, verstrekken het Agentschap of de betrokken lidstaat daartoe op verzoek informatie.
Beperkingsdossiers voldoen aan de voorschriften van lid 1 van dit artikel, en bevatten bovendien de in bijlage V bis vermelde informatie.
3.
De in dit artikel genoemde maatregelen worden door de Commissie vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 20 en onder de voorwaarden van de artikelen 21 en 22.