Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2011/65/EU betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur
Artikel 20 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 13-08-2027.
- Bronpublicatie:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2456 (uitgifte: 12-12-2025, regelingnummer: 2025/2456)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2456 (uitgifte: 12-12-2025, regelingnummer: 2025/2456)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
1.
De bevoegdheid tot vaststelling van de in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 1, en artikel 6 bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf 21 juli 2011. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de termijn van vijf jaar een verslag op over de gedelegeerde bevoegdheden. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad die delegatie intrekt overeenkomstig artikel 21.
1 bis.
Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(1).
2.
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad tegelijkertijd daarvan in kennis.
3.
De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie toegekend onder de voorwaarden die worden gesteld in de artikelen 21 en 22.
Voetnoten
PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.