Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 44 Voorrang in geval van tentoonstelling
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-07-2026.
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
Indien de aanvrager van een ingeschreven Uniemodel voortbrengselen waarin het model is verwerkt of waarop het wordt toegepast, exposeert op een officiële of officieel erkende internationale tentoonstelling in de zin van het Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen van 1928, zoals laatstelijk gewijzigd op 30 november 1972, kan de aanvrager zich, wanneer de aanvraag wordt ingediend binnen zes maanden na de datum van de eerste expositie van die voortbrengselen, vanaf die datum beroepen op het recht van voorrang.
2.
De aanvrager die zich wil beroepen op voorrang op grond van lid 1 dient ofwel samen met de aanvraag, ofwel binnen twee maanden na de datum van indiening een verklaring van voorrang in. De aanvrager dient binnen drie maanden na de verklaring van voorrang bewijs in dat de voortbrengselen waarin het model is verwerkt of waarop het is toegepast, geëxposeerd zijn in de zin van lid 1.
3.
Voorrang voor een tentoonstelling, toegekend in een lidstaat of een derde land, verlengt de voorrangstermijn van artikel 41 niet.