Einde inhoudsopgave
Rijkswet nationaliteit zeeschepen
Artikel 21 Voorlopige, buitengewone en bijzondere zeebrieven
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
Deze Rijkswet is voor Nederland in werking getreden.
- Bronpublicatie:
08-06-2022, Stb. 2023, 157 (uitgifte: 10-05-2023, kamerstukken: 33134)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-05-2025, Stb. 2025, 133 (uitgifte: 15-05-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Zeevervoer
1.
In afwijking van de artikelen 3, 5 en 17 geeft Onze Minister wie het aangaat aan de aanvrager voor een niet in het vlagregister ingeschreven staand zeeschip:
- a.
een voorlopige zeebrief af, indien de reder, rompbevrachter of eigenaar voornemens is het zeeschip in het vlagregister van dat land te laten inschrijven en, voor zover van overeenkomstige toepassing, voldaan wordt aan de artikelen 7, onderdelen c, d, e, f en g, onderscheidenlijk 8, 9 en 10, onderdelen c en d;
- b.
een buitengewone zeebrief af, indien het een zeeschip betreft dat in het desbetreffende land voor rekening van een niet aldaar woonachtige natuurlijke persoon of van een rechtspersoon wiens hoofdvestiging buiten dat land is gelegen, is gebouwd, verbouwd of uitgerust, of
- c.
een bijzondere zeebrief af, mits voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het zesde lid.
2.
Door afgifte van een zeebrief als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b of c, verkrijgt het zeeschip voor de in die zeebrief genoemde periode de nationaliteit van het Koninkrijk.
3.
De voorlopige zeebrief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt afgegeven voor een periode van ten hoogste zes maanden. De geldigheidsduur van deze zeebrief wordt niet verlengd.
4.
De buitengewone zeebrief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geldt voor reizen naar één haven van bestemming en wordt slechts afgegeven ten behoeve van de proefvaart, alsmede voor de tijd die nodig is om het zeeschip rechtstreeks naar de door de aanvrager op te geven haven van zijn bestemming te voeren.
5.
De bijzondere zeebrief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaren.
6.
De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn:
- a.
het zeeschip is een passagiersschip met een lengte van minder dan 24 meter, of een vrachtschip kleiner dan 500 brutoton, als bedoeld in voorschrift I/2 van het SOLAS-verdrag;
- b.
de thuishaven van het zeeschip is gelegen in het betreffende land;
- c.
het zeeschip wordt:
- 1°
voor zover de thuishaven is gelegen in Sint Maarten of de Nederlandse openbare lichamen Sint Eustatius en Saba uitsluitend gebruikt voor bestemmingen, gelegen binnen het deel van het Caribisch gebied dat begrensd wordt door Anguilla en Montserrat;
- 2°
voor zover de thuishaven is gelegen in Curaçao, Aruba of het Nederlandse openbaar lichaam Bonaire uitsluitend gebruikt voor bestemmingen, gelegen binnen het deel van het Caribisch gebied dat begrensd wordt door Aruba, Venezuela en Bonaire;
- d.
het zeeschip wordt uitsluitend gebruikt voor kustvaart, die plaatsvindt binnen 30 zeemijl vanaf een haven in het gebied, bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 2°;
- e.
artikel 7, onderdelen c, d, e, f en g, onderscheidenlijk 8 en 10, onderdelen c en d, zijn van overeenkomstige toepassing;
- f.
op de bijzondere zeebrief worden de havens van bestemming vermeld.
7.
Onze Minister wie het aangaat kan nadere regels stellen ter uitvoering van het derde en zesde lid.
8.
De artikelen 5, eerste lid, onderdelen a tot en met d, 17 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing.
9.
De artikelen 12 en 13 zijn van toepassing met dien verstande dat door Onze Minister wie het aangaat in de daar bedoelde gevallen de voorlopige, buitengewone of bijzondere zeebrief wordt, onderscheidenlijk kan worden geweigerd, onderscheidenlijk ingetrokken.
10.
Een zeeschip verliest de nationaliteit van het Koninkrijk door intrekking of verstrijking van de geldigheidsduur van een voorlopige, buitengewone of bijzondere zeebrief, bedoeld in het eerste lid.