Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG
Artikel 9 bis Samenwerking op het gebied van correctie, naleving en handhaving van Aangiften met informatie betreffende de bijheffing
Geldend
Geldend vanaf 07-05-2025
- Bronpublicatie:
14-04-2025, PbEU L 2025, 2025/872 (uitgifte: 06-05-2025, regelingnummer: 2025/872)
- Inwerkingtreding
07-05-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-04-2025, PbEU L 2025, 2025/872 (uitgifte: 06-05-2025, regelingnummer: 2025/872)
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Europees belastingrecht / Administratieve bijstand en invordering
Europees belastingrecht (V)
1.
Indien de bevoegde autoriteit van een lidstaat redenen heeft om aan te nemen dat in de informatie in een Aangifte met informatie betreffende de bijheffing die door een uiteindelijke moederentiteit of aangewezen indienende autoriteit die in de jurisdictie van de andere lidstaat is gevestigd, is ingediend en is meegedeeld op grond van artikel 8 bis sexies, kennelijke fouten moeten worden gecorrigeerd, stelt zij onverwijld de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat daarvan in kennis. Indien de in kennis gestelde bevoegde autoriteit ermee instemt dat de informatie in de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing moet worden gecorrigeerd, neemt zij onverwijld passende maatregelen om van de betrokken uiteindelijke moederentiteit of aangewezen indienende entiteit een gecorrigeerde Aangifte met informatie betreffende de bijheffing te verkrijgen. Zij deelt onverwijld de gecorrigeerde Aangifte met informatie betreffende de bijheffing mee aan alle bevoegde autoriteiten waarmee deze inlichtingen overeenkomstig deze richtlijn moeten worden uitgewisseld.
2.
Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat van een of meer in haar lidstaat gevestigde groepsentiteiten een kennisgeving heeft ontvangen dat de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing voor die groepsentiteiten zou worden ingediend door de uiteindelijke moederentiteit of de aangewezen indienende entiteit die in een andere lidstaat is gevestigd, maar de in de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing opgenomen informatie niet binnen de in artikel 8 bis sexies, lid 3, of artikel 27 quinquies, leden 3 en 4, vastgestelde termijnen is meegedeeld, stelt zij onverwijld de andere bevoegde autoriteit in kennis van het feit dat de informatie niet is ontvangen. De in kennis gestelde bevoegde autoriteit stelt onverwijld vast waarom de betrokken Aangifte met informatie betreffende de bijheffing niet is meegedeeld en stelt de bevoegde autoriteit van die reden in kennis binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving, met inbegrip van de verwachte datum waarop de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing zal worden ingewisseld, indien van toepassing. De verwachte uitwisselingsdatum valt uiterlijk drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de ontbrekende uitwisseling.