Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG
Artikel 8 bis sexies Formaat van indiening en uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot Aangiften met informatie betreffende de bijheffing uit hoofde van artikel 44 van Richtlijn (EU) 2022/2523
Geldend
Geldend vanaf 07-05-2025
- Bronpublicatie:
14-04-2025, PbEU L 2025, 2025/872 (uitgifte: 06-05-2025, regelingnummer: 2025/872)
- Inwerkingtreding
07-05-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-04-2025, PbEU L 2025, 2025/872 (uitgifte: 06-05-2025, regelingnummer: 2025/872)
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Europees belastingrecht / Administratieve bijstand en invordering
Europees belastingrecht (V)
1.
Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om van de indienende groepsentiteit van een MNO-groep te verlangen dat zij het standaardmodel in deel IV van bijlage VII bij deze richtlijn gebruiken om te voldoen aan de aangifteverplichtingen uit hoofde van artikel 44 van Richtlijn (EU) 2022/2523.
2.
De bevoegde autoriteit van een lidstaat die de door de uiteindelijke moederentiteit of aangewezen indienende entiteit, zoals bedoeld in artikel 44, lid 3, punten a) en b), van Richtlijn (EU) 2022/2523, ingediende Aangifte met informatie betreffende de bijheffing heeft ontvangen, deelt, door middel van automatische uitwisseling en overeenkomstig de volgende verspreidingsaanpak, het volgende mee:
- a)
het Algemene deel van de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing, aan de Uitvoerende lidstaat waar de uiteindelijke moederentiteit of groepsentiteiten van de MNO-groep is of zijn gevestigd;
- b)
het Algemene deel van de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing, met uitzondering van de samenvatting op hoog niveau in punt 1.4 daarvan, aan de Lidstaat die alleen een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing toepast:
- i)
waar groepsentiteiten van de MNO-groep zijn gevestigd;
- ii)
waar een joint venture of een lid van een jointventuregroep van de MNO-groep is gevestigd, indien de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing wordt opgelegd met betrekking tot joint ventures in de lidstaat;
- iii)
- c)
een of meer Jurisdictiedelen van de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing, aan lidstaten die heffingsbevoegdheid hebben op grond van Richtlijn (EU) 2022/2523, met inbegrip van de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing, met betrekking tot de lidstaten waarop die Jurisdictiedelen betrekking hebben.
Niettegenstaande de eerste alinea, punt c), wordt aan UTPR-jurisdicties met een UTPR-percentage van nul alleen het deel van de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing verstrekt dat informatie bevat over de toerekening van de bijheffing uit hoofde van de UTPR voor die jurisdictie, waarbij die informatie in overeenstemming is met een uittreksel van punt 3.4.3 van de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing; aan de Uitvoerende lidstaat waar de uiteindelijke moederentiteit is gevestigd, worden alle Jurisdictiedelen verstrekt.
3.
De bevoegde autoriteit van een lidstaat deelt de op grond van lid 2 ontvangen Aangifte met informatie betreffende de bijheffing mee uiterlijk drie maanden na het verstrijken van de indieningstermijn voor het Te rapporteren verslagjaar.
4.
De bevoegde autoriteit van een lidstaat deelt de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing die na het verstrijken van de indieningstermijn is ontvangen mee uiterlijk drie maanden na de datum van ontvangst.
5.
De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de noodzakelijke praktische regelingen vast om de in lid 2 van dit artikel bedoelde mededeling te vergemakkelijken. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
6.
De Commissie heeft geen toegang tot de in lid 2, punten a), b) en c), bedoelde inlichtingen.
7.
De in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel bedoelde mededeling van inlichtingen geschiedt door middel van het in artikel 20, lid 4, bedoeld geautomatiseerde standaardformaat.