Einde inhoudsopgave
Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
Artikel 13 Periode van herstel en bezinning
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2008
- Bronpublicatie:
16-05-2005, Trb. 2006, 99 (uitgifte: 12-05-2006, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2008
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-05-2010, Trb. 2010, 160 (uitgifte: 25-05-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
1.
Elke Partij voorziet in haar nationale recht in een periode van herstel en bezinning van ten minste 30 dagen, wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de desbetreffende persoon een slachtoffer is. Een dergelijke periode dient voor de desbetreffende persoon voldoende te zijn om te herstellen en zich te onttrekken aan de invloed van mensenhandelaren en/of op basis van voldoende informatie te beslissen of hij/zij met de bevoegde autoriteiten wil samenwerken. Gedurende deze periode mag geen enkele tegen hem/haar genomen verwijderingsmaatregel ten uitvoer worden gelegd. Deze bepaling geldt onverminderd de door de bevoegde autoriteiten uitgevoerde activiteiten tijdens alle fases van de relevante nationale procedures, en met name bij de opsporing en vervolging van de desbetreffende strafbare feiten. Gedurende deze periode geven de Partijen de desbetreffende personen toestemming op hun grondgebied te verblijven.
2.
Gedurende deze periode hebben de in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen recht op de maatregelen vervat in artikel 12, eerste en tweede lid.
3.
De Partijen zijn niet gehouden deze periode in acht te nemen indien redenen die verband houden met de openbare orde, hiertoe nopen of wanneer ontdekt wordt dat ten onrechte een beroep wordt gedaan op de status van slachtoffer.