Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2023/2631 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties
Artikel 49 Bestuurlijke sancties en andere bestuurlijke maatregelen
Geldend
Geldend vanaf 20-12-2023
- Bronpublicatie:
22-11-2023, PbEU L 2023, 2023/2631 (uitgifte: 30-11-2023, regelingnummer: 2023/2631)
- Inwerkingtreding
20-12-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-11-2023, PbEU L 2023, 2023/2631 (uitgifte: 30-11-2023, regelingnummer: 2023/2631)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Milieurecht / Algemeen
1.
Onverminderd de toezicht- en onderzoeksbevoegdheden van de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 45 en het recht van de lidstaten om in strafrechtelijke sancties te voorzien en die op te leggen, dragen de lidstaten er, in overeenstemming met het nationale recht, zorg voor dat de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid hebben om bestuurlijke sancties op te leggen en andere passende bestuurlijke maatregelen te treffen die doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn. Die bestuurlijke sancties en andere bestuurlijke maatregelen zijn van toepassing op:
- a)
inbreuken door uitgevende instellingen op hun verplichtingen uit hoofde van titel II, hoofdstuk 2, of artikel 18, 19 of 21;
- b)
het niet-meewerken aan een onderzoek of een inspectie of het niet naleven van een vereiste uit hoofde van artikel 45, lid 1.
2.
De lidstaten kunnen besluiten geen bepalingen betreffende in lid 1 bedoelde bevoegdheid van de bevoegde autoriteiten om bestuurlijke sancties op te leggen en andere passende bestuurlijke maatregelen te treffen, vast te stellen indien de in punt a) of punt b) van dat lid bedoelde inbreuken in hun nationale recht uiterlijk op 21 december 2024 reeds aan strafrechtelijke sancties zijn onderworpen. Indien zij een dergelijk besluit nemen, stellen de lidstaten de Commissie en de ESMA nader in kennis van de toepasselijke delen van hun strafrecht.
3.
Uiterlijk op 21 december 2024 stellen de lidstaten de Commissie en de ESMA nader in kennis van de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen. Zij stellen de Commissie en de ESMA onverwijld van alle verdere wijzigingen daarvan in kennis.
4.
De lidstaten zorgen er, overeenkomstig het nationale recht, voor dat de bevoegde autoriteiten met betrekking tot de in lid 1, punt a), bedoelde inbreuken over de bevoegdheid beschikken om de volgende bestuurlijke sancties en andere bestuurlijke maatregelen op te leggen:
- a)
een publieke verklaring waarin de voor de inbreuk aansprakelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden genoemd overeenkomstig artikel 45, lid 1, punt l);
- b)
een bevel waarin de voor de inbreuk aansprakelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt gelast de inbreukmakende gedraging te staken;
- c)
een bevel waarbij het de aansprakelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon voor maximaal één jaar wordt verboden Europese groene obligaties uit te geven;
- d)
maximale bestuurlijke geldboeten van ten minste tweemaal het bedrag van de door de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, indien die kunnen worden vastgesteld;
- e)
in het geval van een rechtspersoon: maximale bestuurlijke geldboeten van ten minste 500 000 EUR of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, het overeenkomstige bedrag in de nationale valuta op 20 december 2023, dan wel 0,5 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de meest recente, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
- f)
in het geval van een natuurlijke persoon: maximale bestuurlijke geldboeten van ten minste 50 000 EUR of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale valuta op 20 december 2023.
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt e), is, indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU geconsolideerde financiële overzichten moet opstellen, de toepasselijke totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet of het in overeenstemming met het toepasselijke Unierecht inzake jaarrekeningen daarmee overeenstemmende soort inkomsten volgens de meest recente, door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening.
5.
Lidstaten kunnen voorzien in aanvullende sancties of maatregelen en in hogere bestuurlijke geldboeten dan die waarin deze verordening voorziet.