Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 262 Moederondernemingen die in een derde land zijn gevestigd: ontbreken van gelijkwaardigheid
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Indien er geen sprake is van het in artikel 260 bedoelde gelijkwaardige toezicht, of indien een lidstaat artikel 261 niet toepast in het geval van tijdelijke gelijkwaardigheid overeenkomstig artikel 260, lid 7, past die lidstaat het volgende toe op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 212 en waarop overeenkomstig artikel 213, lid 2, punt c), groepstoezicht van toepassing is:
- a)
de artikelen 218 tot en met 235 en mutatis mutandis de artikelen 244 tot en met 258;
- b)
een van de in lid 3 genoemde methoden.
De algemene beginselen en methoden vervat in de artikelen 218 tot en met 258 zijn van toepassing op het niveau van de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding, de verzekeringsonderneming van het derde land of de herverzekeringsonderneming van het derde land.
Uitsluitend voor de berekening van de groepssolvabiliteit wordt de moederonderneming behandeld alsof het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming was die onderworpen is aan dezelfde voorwaarden als die van titel I, hoofdstuk VI, afdeling 3, onderafdelingen 1, 2 en 3, wat het voor het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen betreft, en aan:
- a)
een overeenkomstig de beginselen van artikel 226 bepaald solvabiliteitskapitaalvereiste als het een verzekeringsholding of gemengde financiële holding is;
- b)
een overeenkomstig de beginselen van artikel 227 bepaald solvabiliteitskapitaalvereiste als het een verzekeringsonderneming van een derde land of een herverzekeringsonderneming van een derde land is.
2.
De lidstaten staan hun toezichthoudende autoriteiten toe andere methoden toe te passen die een passend toezicht waarborgen op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 212 en waarop overeenkomstig artikel 213, lid 2, punt c), groepstoezicht van toepassing is. Die methoden worden goedgekeurd door de groepstoezichthouder, die overeenkomstig artikel 247 is aangewezen, na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten.
De in de eerste alinea bedoelde methoden maken het mogelijk de in deze titel vastgestelde doelstellingen van het groepstoezicht te bereiken. Die doelstellingen omvatten het volgende:
- a)
het in stand houden van de allocatie van kapitaal en de samenstelling van het eigen vermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en het voorkomen van wezenlijke schepping van kapitaal binnen de groep wanneer die schepping van kapitaal binnen de groep wordt gefinancierd uit de opbrengst van schulden of andere financiële instrumenten die door de moederonderneming niet als eigenvermogensbestanddelen worden aangemerkt;
- b)
het beoordelen en monitoren van de risico's die voortvloeien uit ondernemingen binnen en buiten de Unie, en het beperken van het risico van besmetting vanuit die ondernemingen en vanuit andere niet-gereglementeerde ondernemingen naar verzekerings- en herverzekeringsondernemingen binnen de groep, en naar de subgroep waarvan de uiteindelijke moederonderneming een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie is, als bedoeld in artikel 215, wanneer een dergelijke subgroep bestaat.
De in de eerste alinea bedoelde methoden worden naar behoren gemotiveerd, gedocumenteerd en ter kennis gebracht van de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten, de Eiopa en de Commissie.
3.
Voor de toepassing van lid 2 van dit artikel kunnen de betrokken toezichthoudende autoriteiten met name een of meer van de volgende methoden toepassen op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings die deel uitmaken van een groep waarop overeenkomstig artikel 213, lid 2, punt c), groepstoezicht van toepassing is:
- a)
aanwijzen van één verzekerings- of herverzekeringsonderneming die verantwoordelijk is voor de naleving van de vereisten van deze titel, wanneer de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een groep geen gemeenschappelijke moederonderneming in de Unie hebben;
- b)
de vestiging verlangen van een verzekeringsholding met hoofdkantoor in de Unie, of van een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie wanneer de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een groep geen gemeenschappelijke moederonderneming in de Unie hebben, en het toepassen van deze titel op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de groep aan het hoofd waarvan die verzekeringsholding of gemengde financiële holding staat;
- c)
wanneer verscheidene verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een groep, een subgroep vormen waarvan de moederonderneming haar hoofdkantoor in de Unie heeft, naast de toepassing van deze titel op die subgroep, nemen van aanvullende maatregelen of opleggen van aanvullende vereisten, waaronder de in deze alinea, punten d), e) en f), bedoelde vereisten en verscherpt toezicht op risicoconcentratie in de zin van artikel 244 en op intragroeptransacties in de zin van artikel 245, teneinde de in lid 2, tweede alinea, punt b), bedoelde doelstellingen te bereiken;
- d)
verlangen dat de leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming in de Unie onafhankelijk zijn van de uiteindelijke moederonderneming buiten de Unie;
- e)
verbieden, inperken, beperken, monitoren of verplichten tot voorafgaande kennisgeving van transacties, met inbegrip van dividenduitkeringen en couponbetalingen op achtergestelde schuld, wanneer dergelijke transacties een bedreiging vormen of kunnen vormen voor de financiële of solvabiliteitspositie van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen binnen de groep, en er, enerzijds, een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding met hoofdkantoor in de Unie of een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie bij betrokken is, en, anderzijds, een tot de groep behorende onderneming met hoofdkantoor buiten de Unie; wanneer de groepstoezichthouder in de Unie niet een van de toezichthoudende autoriteiten is van de lidstaat waar een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar hoofdkantoor heeft, stelt de groepstoezichthouder in de Unie die toezichthoudende autoriteiten in kennis van zijn bevindingen opdat die de passende maatregelen kunnen nemen;
- f)
verlangen van informatie over de solvabiliteit en financiële positie, het risicoprofiel en de risicotolerantielimieten van moederondernemingen met hoofdkantoor buiten de Unie, met inbegrip van, indien toepasselijk, verslagen over die onderwerpen die worden ingediend bij het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan of de toezichthoudende autoriteiten van die moederondernemingen uit een derde land.