Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2021/1119 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999
Artikel 11 Evaluatie
Geldend
Geldend vanaf 07-04-2026
- Bronpublicatie:
11-03-2026, PbEU L 2026, 2026/667 (uitgifte: 18-03-2026, regelingnummer: 2026/667)
- Inwerkingtreding
07-04-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-03-2026, PbEU L 2026, 2026/667 (uitgifte: 18-03-2026, regelingnummer: 2026/667)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
EU-recht / Algemeen
Milieurecht / Algemeen
Milieurecht / Milieubeheer en -beleid
Milieurecht / Energie
Binnen zes maanden na elke ‘global stocktake’ bedoeld in artikel 14 van de Overeenkomst van Parijs dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad, samen met de conclusies van de beoordelingen bedoeld in de artikelen 6 en 7 van de onderhavige verordening, een verslag in over de werking van deze verordening, waarin zij rekening houdt met:
- a)
het beste beschikbare en meest recente wetenschappelijke bewijs, met inbegrip van de meest recente rapporten van de IPCC en de adviesraad;
- b)
de internationale ontwikkelingen en de inspanningen ter verwezenlijking van de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs;
- c)
de veranderende uitdagingen en kansen voor het mondiale concurrentievermogen van de Europese industrie in alle lidstaten, in het bijzonder dat van energie-intensieve industrieën en van kmo’s;
- d)
de ontwikkeling van de energieprijzen en de gevolgen daarvan voor Europese industrieën en huishoudens;
- e)
de sociaal-economische gevolgen, met inbegrip van de gevolgen voor de werkgelegenheid;
- f)
de technologische vooruitgang en de toepassing van innovatieve technologieën in alle lidstaten en sectoren;
- g)
het geraamde niveau van nettoverwijderingen op Unieniveau ten opzichte van de doelstellingen van deze verordening; indien de Commissie vaststelt dat het geraamde niveau van natuurlijke nettoverwijderingen voor 2040 aanzienlijk afwijkt van wat nodig zou zijn om de tussentijdse doelstelling voor 2040 te halen, ook indien die afwijking het gevolg is van natuurlijke verstoringen, stelt de Commissie, in voorkomend geval, maatregelen op Unieniveau voor, waaronder indien nodig een aanpassing van de tussentijdse doelstelling voor 2040 in overeenstemming met en binnen de grenzen van de eventuele tekorten, en zorgt zij ervoor dat eventuele tekorten niet ten koste gaan van andere economische sectoren;
- h)
de vooruitgang in de richting van de in deze verordening vastgestelde tussentijdse doelstellingen;
- i)
de flexibiliteit voor de lidstaten om hoogwaardige internationale kredieten te gebruiken om maximaal 5 % van hun doelstellingen en inspanningen voor de periode na 2030 te halen.
Het verslag van de Commissie gaat in voorkomend geval vergezeld van wetgevingsvoorstellen tot herziening van deze verordening, waaronder de tussentijdse doelstelling voor 2040, en van aanvullende maatregelen ter versterking van initiatieven met betrekking tot het faciliterend kader waarmee de verdere doeltreffende uitvoering van deze verordening wordt ondersteund, overeenkomstig artikel 4, lid 5, en ter waarborging van het concurrentievermogen, de welvaart en de sociale cohesie van de Unie.