Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1157 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006
Artikel 5 Kennisgeving
Geldend
Geldend vanaf 25-05-2024
- Bronpublicatie:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Inwerkingtreding
25-05-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
Wanneer een kennisgever voornemens is afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, lid 2 of lid 3, over te brengen, dient de kennisgever een voorafgaande schriftelijke kennisgeving (‘kennisgeving’) in bij alle betrokken bevoegde autoriteiten.
Een in artikel 3, eerste alinea, punt 6), a), ii), iii) of iv), bedoelde kennisgever kan alleen een kennisgeving indienen indien hij een vergunning heeft verkregen of is geregistreerd overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/98/EG.
Wanneer een kennisgever een algemene kennisgeving voor verscheidene overbrengingen zoals bedoeld in artikel 13 indient, voldoet de kennisgever tevens aan de voorschriften van dat artikel.
Wanneer een overbrenging bestemd is voor een vooraf goedgekeurde inrichting op grond van artikel 14, zijn de procedurele vereisten van de leden 12, 14, 15 en 16 van dat artikel van toepassing.
Wanneer een overbrenging bestemd is voor voorlopige nuttige toepassing of voorlopige verwijdering, is artikel 15 eveneens van toepassing.
2.
De kennisgeving bevat de volgende documenten:
- a)
het kennisgevingsdocument van bijlage I A (‘het kennisgevingsdocument’);
- b)
het vervoersdocument van bijlage I B (‘het vervoersdocument’).
De kennisgever verstrekt de in het kennisgevingsdocument aangegeven informatie en, indien relevant, de in het vervoersdocument aangegeven informatie.
Indien de kennisgever niet de oorspronkelijke afvalstoffenproducent is zoals bedoeld in artikel 3, eerste alinea, punt 6), a), i), zorgt de kennisgever ervoor dat de oorspronkelijke afvalstoffenproducent of een van de in artikel 3, eerste alinea, punt 6), a), ii), iii) of v), aangewezen personen, waar mogelijk, het kennisgevingsdocument mee ondertekent. Een handelaar of makelaar zorgt ervoor dat hij beschikt over een schriftelijke machtiging van een van de in artikel 3, eerste alinea, punt 6), a), i), ii) of iii), genoemde personen om namens hen op te treden, en dat die schriftelijke machtiging in de kennisgeving wordt opgenomen.
3.
4.
Op verzoek van een van de betrokken bevoegde autoriteiten verstrekt de kennisgever de uit hoofde van lid 3 vereiste informatie en documentatie en de in bijlage II, deel 3, bedoelde aanvullende informatie en documentatie aan alle betrokken bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ingediend, stelt de andere betrokken bevoegde autoriteiten van dat verzoek in kennis.
5.
Een kennisgeving wordt als correct verricht beschouwd zodra de bevoegde autoriteit van verzending zich ervan heeft vergewist dat het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument overeenkomstig de leden 3 en 4 zijn ingevuld.
6.
Een kennisgeving wordt als volledig beschouwd wanneer alle betrokken bevoegde autoriteiten zich ervan hebben vergewist dat het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument zijn ingevuld overeenkomstig de leden 3 en 4 of wanneer zij alle informatie en documentatie waarom zij overeenkomstig lid 4 hebben verzocht, hebben ontvangen.
7.
De kennisgever verstrekt op het moment van kennisgeving een kopie van het overeenkomstig artikel 6 gesloten contract en een verklaring waarin het bestaan ervan overeenkomstig bijlage I A wordt bevestigd aan de betrokken bevoegde autoriteiten.
8.
De kennisgever verstrekt een verklaring dat overeenkomstig artikel 7 een borgsom is gestort of een gelijkwaardige verzekering is gesloten, door het desbetreffende deel van het kennisgevingsdocument in te vullen.
De in artikel 7 bedoelde borgsom of gelijkwaardige verzekering of, indien de betrokken bevoegde autoriteiten zulks toestaan, een verklaring waarin het bestaan ervan overeenkomstig het formulier van bijlage I A wordt bevestigd, wordt als onderdeel van het kennisgevingsdocument op het moment van kennisgeving aan de betrokken bevoegde autoriteiten verstrekt.
In afwijking van de tweede alinea kan de in die alinea bedoelde documentatie, indien de betrokken bevoegde autoriteiten dat toestaan, worden verstrekt nadat de kennisgeving is ingediend, doch uiterlijk op het moment waarop het vervoersdocument is ingevuld overeenkomstig artikel 16, lid 2.
9.
De kennisgeving bestrijkt de overbrenging vanaf de locatie vanwaar de overbrenging aanvangt en bestrijkt elke voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing of elke voorlopige of niet-voorlopige verwijdering.
Indien er aansluitend voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing of aansluitend voorlopige of niet-voorlopige verwijdering plaatsvindt in een ander land dan het eerste land van bestemming, worden de niet-voorlopige nuttige toepassing of de niet-voorlopige verwijdering en de locatie van die nuttige toepassing of verwijdering in de kennisgeving vermeld en is artikel 15, lid 7, van toepassing.
10.
In het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument wordt slechts één afvalstoffencode zoals vermeld in bijlage III, bijlage III A, bijlage III B of bijlage IV gespecificeerd. In gevallen waarin afvalstoffen niet onder één code van bijlage III, bijlage III B of bijlage IV vallen, wordt in het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument slechts één afvalstoffencode van de in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde lijst van afvalstoffen gespecificeerd, uitgezonderd gevallen waarin het gaat om:
- a)
afvalstoffen die niet onder één code van bijlage III, bijlage III B of bijlage IV vallen en die kunnen worden gespecificeerd met behulp van meer dan één afvalstoffencode van de in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde lijst van afvalstoffen, wanneer alle afvalstoffen waarop de kennisgeving betrekking heeft in wezen dezelfde fysische en chemische eigenschappen hebben, maar geen mengsels van afvalstoffen zijn, of
- b)
mengsels van afvalstoffen die niet onder één code van bijlage III, bijlage III A, bijlage III B of bijlage IV vallen, waarvoor in het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument de afvalstoffencode van de in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde lijst van afvalstoffen en de afvalstoffencode van bijlage III, bijlage III B of bijlage IV voor elke afvalfractie in volgorde van belangrijkheid moeten worden vermeld, of indien die afvalstoffencodes niet voor alle fracties beschikbaar zijn, de afvalstoffencode van de in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde lijst van afvalstoffen voor het mengsel en voor elke fractie van de afvalstoffen in volgorde van belangrijkheid.
11.
Afvalstoffen of mengsels van afvalstoffen die overeenkomstig lid 10 van dit artikel zijn gespecificeerd, kunnen nader worden gespecificeerd door de relevante afvalstoffencodes van de in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde lijst van afvalstoffen en andere relevante identificatiecodes te verstrekken.