Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 648/2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters
Artikel 85 Verslag en toetsing
Geldend
Geldend vanaf 24-12-2024
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 24-12-2024.
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Inwerkingtreding
24-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Uiterlijk op 25 december 2029 beoordeelt de Commissie de toepassing van deze verordening en stelt zij er een algemeen verslag over op. De Commissie legt dat verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, samen met eventuele passende voorstellen.
1 bis.
Uiterlijk op 17 juni 2023 dient ESMA bij de Commissie een verslag in over het volgende:
- a)
het effect van Verordening (EU) 2019/834 van het Europees Parlement en de Raad (1) op het niveau van clearing door financiële en niet-financiële tegenpartijen en de distributie van clearing binnen elk type tegenpartij, met name met betrekking tot financiële tegenpartijen met een beperkt activiteitsvolume op de markt voor otc-derivaten en met betrekking tot de geschiktheid van de in artikel 10, lid 4, bedoelde clearing drempels;
- b)
het effect van Verordening (EU) 2019/834 op de kwaliteit en de toegankelijkheid van de aan transactieregisters gerapporteerde gegevens, alsmede op de kwaliteit van de door de transactieregisters beschikbaar gestelde informatie;
- c)
de wijzigingen in het rapportagekader, met inbegrip van de invoering en uitvoering van gedelegeerde rapportage als bepaald in artikel 9, lid 1 bis, en met name het effect ervan op de rapportagelast voor nietfinanciële tegenpartijen waarvoor geen clearingverplichting geldt;
- d)
de toegankelijkheid van clearingdiensten, met name of de verplichting tot het rechtstreeks of onrechtstreeks verrichten van clearingdiensten onder eerlijke, redelijke, niet-discriminerende en transparante handelsvoorwaarden als bedoeld in artikel 4, lid 3 bis, de toegang tot clearing daadwerkelijk heeft gefaciliteerd.
Vervallen.
3.
Uiterlijk op 18 december 2020 stelt de Commissie een verslag op waarin wordt beoordeeld:
- a)
of de verplichtingen tot het rapporteren van transacties uit hoofde van artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014 en de onderhavige verordening, leiden tot een dubbele rapportageverplichting voor transacties van niet-otc-derivaten, en of het rapporteren van niet-otc-transacties voor alle tegenpartijen kan worden verminderd of vereenvoudigd zonder onnodig verlies van informatie;
- b)
of het noodzakelijk en gepast is de handelsverplichting voor derivaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 600/2014 af te stemmen op de wijzigingen die bij Verordening (EU) 2019/834 zijn doorgevoerd met betrekking tot de clearingverplichting voor derivaten, met name wat betreft de soorten entiteiten die onder de clearingverplichting vallen;
- c)
of transacties die rechtstreeks voortvloeien uit posttransactionele risicobeperkingsdiensten, waaronder portefeuillecompressie, vrijgesteld moeten worden van de in artikel 4, lid 1, bedoelde clearingverplichting, rekening houdend met de mate waarin deze diensten risico's limiteren, met name tegenpartijkredietrisico en operationeel risico, met de ruimte voor het omzeilen van de clearingverplichting en het mogelijk ontmoedigende effect voor centrale clearing.
De Commissie legt het in de eerste alinea bedoelde verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, samen met eventuele passende voorstellen.
3 bis.
Uiterlijk op 18 mei 2020 dient ESMA een verslag in bij de Commissie met een beoordeling van:
- a)
de samenhang van de rapportageverplichtingen voor niet-otc-derivaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 600/2014 en uit hoofde van artikel 9 van de onderhavige verordening, zowel wat betreft de gegevens van de te rapporteren derivatencontracten als wat betreft de toegang tot gegevens voor de relevante entiteiten en of die verplichtingen met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht;
- b)
de haalbaarheid om de rapportageketens voor alle tegenpartijen, inclusief voor alle indirecte cliënten, verder te vereenvoudigen, gezien de noodzaak van tijdige rapportage en rekening houdend met de maatregelen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 4, van de onderhavige verordening en artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014;
- c)
de afstemming van de handelsverplichting voor derivaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 600/2014 op de wijzigingen die bij Verordening (EU) 2019/834 zijn doorgevoerd met betrekking tot de clearingverplichting voor derivaten, met name wat betreft de soorten entiteiten die onder de clearingverplichting vallen;
- d)
in samenwerking met het ESRB, de vraag of transacties die rechtstreeks voortvloeien uit posttransactionele risicobeperkingsdiensten, waaronder portefeuillecompressie, vrijgesteld moeten worden van de in artikel 4, lid 1, bedoelde clearingverplichting; in dat verslag:
- i)
worden het comprimeren van portefeuilles en andere beschikbare niet-prijsvormende posttransactionele risicobeperkingsdiensten onderzocht die niet-marktrisico's in derivatenportefeuilles verlagen, zonder het marktrisico van de portefeuilles te veranderen, zoals herbalanceringstransacties;
- ii)
worden de doelstellingen en de werking van dergelijke posttransactionele risicobeperkingsdiensten uiteengezet, alsmede de mate waarin deze risico's limiteren, met name het tegenpartijkredietrisico en het operationele risico, en wordt beoordeeld of het nodig is om die transacties te clearen of om ze vrij te stellen van clearing, met het oog op het beheer van systeemrisico, en
- iii)
wordt beoordeeld in hoeverre een vrijstelling van de clearingverplichting voor dergelijke diensten centrale clearing ontmoedigt en ertoe kan leiden dat tegenpartijen de clearingverplichting omzeilen;
- e)
de vragen of de lijst van financiële instrumenten die als zeer liquide instrumenten met een zeer laag markten kredietrisico worden beschouwd, overeenkomstig artikel 47 kan worden uitgebreid en of in die lijst een of meer geldmarktfondsen waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad (2), kunnen worden opgenomen.
Vervallen.
5.
ESMA legt aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een jaarverslag voor over de sancties die door bevoegde autoriteiten zijn opgelegd, met inbegrip van de toezichtmaatregelen, geldboeten en dwangsommen.
6.
ESMA dient in samenwerking met het ESRB en, overeenkomstig artikel 24 ter, lid 3, in overleg met de centrale banken van uitgifte van alle EU-valuta’s van de financiële instrumenten die worden gecleard of moeten worden gecleard door de CTP uit een derde land waaraan de in artikel 25, lid 2 quater, tweede alinea, bedoelde uitvoeringshandeling is gericht, een verslag in bij de Commissie over de toepassing van de bepalingen van die uitvoeringshandeling, waarbij zij met name nagaat of het risico voor de financiële stabiliteit van de Unie of voor een of meer van haar lidstaten voldoende wordt beperkt. ESMA dient haar verslag binnen twaalf maanden na het verstrijken van de overeenkomstig artikel 25, lid 2 quater, vierde alinea, punt b), vastgestelde aanpassingsperiode bij de Commissie in. De instemming van een centrale bank van uitgifte heeft uitsluitend betrekking op de valuta die zij uitgeeft en niet op het verslag in zijn geheel.
Binnen twaalf maanden na de toezending van het in de eerste alinea bedoelde verslag stelt de Commissie een verslag op over de toepassing van de bepalingen van de uitvoeringshandeling. De Commissie legt haar verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad, eventueel met passende voorstellen.
Vervallen.
7.
Uiterlijk op 25 december 2026 dient ESMA bij de Commissie een verslag in over de mogelijkheid en haalbaarheid om de scheiding van rekeningen in de clearingketen van niet-financiële en financiële tegenpartijen verplicht te stellen. Bij het verslag wordt een kosten-batenanalyse gevoegd.
8.
Uiterlijk op 25 december 2026 dient ESMA bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag in over de geschiktheid en de implicaties van de uitbreiding van de definitie van een CTP, zoals bedoeld in artikel 2, punt 1), van deze verordening tot andere markten dan de financiële markten, zoals grondstoffenmarkten, met inbegrip van groothandelsmarkten voor energie, of markten in cryptoactiva uit hoofde van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad (1).
9.
Uiterlijk op 25 december 2026 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin wordt beoordeeld welke gevolgen het verlenen van algemene toegang tot centrale banken aan CTP's in de Unie, zonder hiervoor een bankvergunning als voorwaarde te stellen, zou hebben voor het gelijke speelveld en de financiële stabiliteit. In dat verband houdt de Commissie ook rekening met de situatie in de jurisdicties van derde landen.
10.
Uiterlijk op 25 december 2027 dient ESMA bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag in over de volledige activiteiten op het gebied van derivatentransacties van financiële en niet-financiële tegenpartijen die onder deze verordening vallen, met onder meer de volgende informatie over die financiële en niet-financiële tegenpartijen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen hun financiële of niet-financiële aard:
- a)
de mogelijke risico's voor de financiële stabiliteit van de Unie die dat soort activiteiten met zich mee kunnen brengen;
- b)
de posities in otc-grondstoffenderivaten ter waarde van meer dan 1 miljard EUR, waarbij het exacte bedrag van de betreffende posities wordt gespecificeerd;
- c)
het totale volume aan verhandelde energiederivatencontracten, waarbij, indien relevant, een onderscheid wordt gemaakt tussen verhandelde energiederivatencontracten die voor afdekkingsdoeleinden worden gebruikt en verhandelde energiederivatencontracten die niet voor afdekkingsdoeleinden worden gebruikt;
- d)
het totale volume van de verhandelde landbouwderivatencontracten, waarbij, in voorkomend geval, een onderscheid wordt gemaakt tussen de verhandelde landbouwderivatencontracten voor afdekkingsdoeleinden en de verhandelde landbouwderivatencontracten voor niet-afdekkingsdoeleinden;
- e)
het aandeel otc- en op de beurs verhandelde energie- of landbouwderivatencontracten dat fysiek wordt afgewikkeld in het totale volume aan verhandelde energie- of landbouwderivatencontracten.
11.
Uiterlijk op 25 december 2026 dient ESMA, in samenwerking met het ESRB, een verslag in bij de Commissie. In dit verslag:
- a)
wordt in detail het begrip procycliciteit gedefinieerd in de context van artikel 41 voor margins die door een CTP worden opgevraagd en artikel 46 voor haircuts die worden toegepast op zekerheden die door een CTP worden aangehouden;
- b)
wordt beoordeeld hoe de bepalingen ter beperking van de procyclische effecten van deze verordening en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 153/2013 van de Commissie (2) in de loop der jaren zijn toegepast en of verdere maatregelen nodig zijn om het gebruik van instrumenten ter beperking van de procyclische effecten te verbeteren;
- c)
wordt informatie verstrekt over de wijze waarop instrumenten ter beperking van procyclische effecten al dan niet kunnen leiden tot marginverhogingen die groter zouden zijn dan zonder de toepassing van die instrumenten, rekening houdend met de potentiële opslagfactoren of compensaties die een CTP uit hoofde van deze verordening mag toepassen.
Bij het opstellen van het verslag beoordeelt ESMA ook de regels die van toepassing zijn op en de praktijken van CTP's uit derde landen, alsook internationale ontwikkelingen op het gebied van procycliciteit.
12.
Uiterlijk op 25 december 2027 beoordeelt ESMA, in nauwe samenwerking met het ESRB en het gezamenlijk monitoringmechanisme, hoe de artikelen 15 bis, 17, 17 bis, 17 ter, 49 en 49 bis zijn toegepast.
In deze beoordeling wordt in het bijzonder vastgesteld:
- a)
of de wijzigingen die zijn ingevoerd bij Verordening (EU) 2024/2987 van het Europees Parlement en de Raad (3) de gewenste effecten met betrekking tot het versterken van het concurrentievermogen van CTP's uit de Unie hebben teweeggebracht en de regelgevingslast voor hen hebben verminderd;
- b)
of de wijzigingen die zijn ingevoerd bij Verordening (EU) 2024/2987 de marktintroductietijd voor nieuwe diensten en producten hebben verkort zonder negatieve gevolgen te hebben voor het risico voor de CTP's of hun clearingleden of cliënten;
- c)
of de invoering van de mogelijkheid voor CTP's om rechtstreeks wijzigingen als bedoeld in artikel 15 bis door te voeren een negatief effect heeft gehad op hun risicoprofiel of de risico's voor de algehele financiële stabiliteit van de Unie heeft vergroot, en of deze artikelen eventueel moeten worden gewijzigd.
ESMA dient een verslag over de het resultaat van die beoordeling in bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
13.
Uiterlijk op 25 december 2026 dient ESMA bij de Commissie een verslag in over de vraag of de bij Verordening (EU) 2024/2987 ingevoerde wijzigingen van artikel 9 hebben geleid tot een voldoende duidelijke verbetering in de uitvoering van de taken van ESMA, en of die wijzigingen buitensporige negatieve gevolgen hebben gehad voor marktdeelnemers. Bij het verslag wordt een kosten-batenanalyse gevoegd.
14.
Uiterlijk op 25 december 2028 dient ESMA een verslag in bij de Commissie. In dat verslag wordt, in samenwerking met het ESRB, beoordeeld of:
- a)
PTRR-diensten als systeemrelevant moeten worden beschouwd;
- b)
de verlening van PTRR-diensten door aanbieders van PTRR-diensten heeft geleid tot een verhoogd risico voor het financiële ecosysteem van de Unie, en
- c)
de vrijstelling heeft geleid tot omzeiling van de in artikel 4 bedoelde clearingverplichting.
Binnen achttien maanden na de toezending van het in de eerste alinea bedoelde verslag stelt de Commissie een verslag op over de aspecten in het verslag van ESMA. De Commissie legt haar verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad, eventueel met passende voorstellen.
Voetnoten
Verordening (EU) 2019/834 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft de clearingverplichting, de opschorting van de clearingverplichting, de rapportagevereisten, de risicolimiteringstechnieken voor otc-derivatencontracten die niet door een centrale tegenpartij worden gecleard, de registratie van het toezicht op transactieregisters en de vereisten voor transactieregisters (PB L 141 van 28.5.2019, blz. 42).
Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 8).
Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (PB L 150 van 9.6.2023, blz. 40).
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 153/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen inzake vereisten voor centrale tegenpartijen (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 41).
Verordening (EU) 2024/2987 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 575/2013 en (EU) 2017/1131 voor wat betreft maatregelen ter beperking van buitensporige blootstellingen aan centrale tegenpartijen uit derde landen en ter verbetering van de efficiëntie van de clearingmarkten in de Unie (PB L, 2024/2987, 4.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2987/oj).