Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 35 bis Door toezichthoudende autoriteiten verleende vrijstellingen en beperkingen van regelmatige kwantitatieve toezichtrapportage
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
In het geval dat de vooraf bepaalde perioden, bedoeld in artikel 35, lid 2, punt a), i), korter zijn dan een jaar, kunnen de betrokken toezichthoudende autoriteiten, onverminderd artikel 129, lid 4, de regelmatige rapportage aan de toezichthoudende autoriteit beperken indien:
- a)
de indiening van die informatie te belastend zou zijn in verhouding tot de aard, omvang en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de bedrijfsactiviteiten van de onderneming;
- b)
de informatie minimaal jaarlijks wordt gerapporteerd.
Die beperking van regelmatige rapportages aan de toezichthouder wordt alleen verleend aan ondernemingen die gezamenlijk niet meer dan 20 % van respectievelijk de levens- en schadeverzekeringsmarkt en herverzekeringsmarkt van een lidstaat vertegenwoordigen, waarbij het aandeel van de levensverzekeringsmarkt is gebaseerd op de bruto technische voorzieningen en het aandeel van de schadeverzekeringsmarkt is gebaseerd op de brutopremies.
Bij het bepalen of ondernemingen voor die beperkingen in aanmerking komen, geven toezichthoudende autoriteiten voorrang aan kleine en niet-complexe ondernemingen.
2.
Beperkingen van de regelmatige rapportage aan de toezichthouder of vrijstelling van itemgewijze rapportageverplichtingen kunnen door de toezichthoudende autoriteiten slechts worden toegestaan voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen wanneer:
- a)
de indiening van die informatie te belastend zou zijn in verhouding tot de aard, omvang en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de bedrijfsactiviteiten van de onderneming;
- b)
de indiening van die informatie niet nodig is voor het effectieve toezicht op de onderneming;
- c)
de vrijstelling niet de stabiliteit van de betrokken financiële systemen in de Unie ondermijnt, en
- d)
de onderneming in staat is de informatie op verzoek te verstrekken.
De vrijstelling van itemgewijze rapportage wordt alleen verleend aan ondernemingen die gezamenlijk niet meer dan 20 % van respectievelijk de levens- en schadeverzekeringsmarkt en herverzekeringsmarkt van een lidstaat vertegenwoordigen, waarbij het aandeel van de levensverzekeringsmarkt is gebaseerd op de bruto technische voorzieningen en het aandeel van de schadeverzekeringsmarkt is gebaseerd op de brutopremies.
Bij het bepalen of ondernemingen voor die beperkingen of vrijstellingen in aanmerking komen, geven toezichthoudende autoriteiten voorrang aan kleine en niet-complexe ondernemingen.
3.
Verzekeringscaptives en herverzekeringscaptives zijn vrijgesteld van regelmatige itemgewijze rapportage aan de toezichthouder wanneer de in artikel 35, lid 2, punt a), i), bedoelde van tevoren bepaalde perioden korter zijn dan één jaar, mits zij aan beide volgende voorwaarden voldoen:
- a)
de verzekerden en begunstigden zijn:
- i)
juridische entiteiten van de groep waarvan de verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive deel uitmaakt, of
- ii)
natuurlijke personen die in aanmerking komen om onder de verzekeringsovereenkomsten van die groep te vallen, mits de activiteiten tot dekking van die natuurlijke personen onder 5 % van de technische voorzieningen blijven;
- b)
de verzekeringsverplichtingen en de verzekeringsovereenkomsten die aan de herverzekeringsverplichtingen van de verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive ten grondslag liggen, hebben geen betrekking op verplichte wettelijke aansprakelijkheidsverzekering.
4.
Voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel beoordelen de toezichthoudende autoriteiten, als onderdeel van het toezichtsproces, met betrekking tot ondernemingen die als kleine en niet-complexe onderneming zijn ingedeeld, of de indiening van informatie te belastend zou zijn in verhouding tot de aard, omvang en complexiteit van de risico's van de onderneming, waarbij ten minste rekening wordt gehouden met:
- a)
de marktrisico's in verband met de beleggingen van de onderneming;
- b)
de hoogte van de marktrisicoconcentraties;
- c)
mogelijke effecten van het beheer van de activa van de onderneming op de financiële stabiliteit;
- d)
de systemen en structuren van de onderneming om informatie te verstrekken voor toezichtsdoeleinden, en de schriftelijk vastgelegde beleidslijn, als genoemd in artikel 35, lid 5.
5.
Voor de toepassing van de leden 1 en 2 beoordelen de toezichthoudende autoriteiten, als onderdeel van het toezichtsproces, met betrekking tot ondernemingen die niet als kleine en niet-complexe onderneming zijn ingedeeld, of de indiening van informatie te belastend zou zijn in verhouding tot de aard, omvang en complexiteit van de risico's van de onderneming, waarbij ten minste rekening wordt gehouden met lid 4, punten a) tot en met d), en met:
- a)
het volume van de premies, de technische voorzieningen en de activa van de onderneming;
- b)
de volatiliteit van de schadevorderingen en uitkeringen die gedekt worden door de onderneming;
- c)
het totale aantal branches levens- en schadeverzekeringen waarvoor een vergunning is verleend;
- d)
de geschiktheid van het governancesysteem van de betrokken onderneming;
- e)
de hoogte van het eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste;
- f)
de vraag of de onderneming een verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive is die uitsluitend de risico's dekt van de industriële of commerciële groep waartoe zij behoort.
6.
Om een coherente en consistente toepassing van de leden 1 tot en met 5 van dit artikel te waarborgen, brengt de Eiopa overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 richtsnoeren uit tot nadere invulling van:
- a)
de methoden voor het bepalen van de in lid 1, tweede alinea, en lid 2, tweede alinea, van dit artikel bedoelde marktaandelen;
- b)
de procedure die de toezichthoudende autoriteiten moeten volgen om verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in kennis te stellen van eventuele beperkingen of vrijstellingen als bedoeld in dit artikel.