Einde inhoudsopgave
Landsbesluit voorkoming van dubbele belasting [Curaçao]
Artikel 7
Geldend
Geldend vanaf 19-10-2022
- Bronpublicatie:
17-10-2022, Publicatieblad van Curaçao 2022, 113 (uitgifte: 18-10-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
19-10-2022
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-10-2022, Publicatieblad van Curaçao 2022, 113 (uitgifte: 18-10-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Curaçao
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Internationaal
1.
De vrijstelling voor buitenlands inkomen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt voor elke mogendheid waaruit de belastingplichtige zodanig inkomen geniet afzonderlijk toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting.
2.
De vermindering, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting, die zonder de toepassing van dit landsbesluit volgens de Landsverordening op de inkomstenbelasting 19431. over het belastbare inkomen verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat, als het buitenlands inkomen uit een mogendheid staat, tot het belastbaar inkomen vermeerderd met de persoonlijke lasten en de buitengewone lasten als bedoeld in artikelen 16 en 16A van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943.
3.
De in het tweede lid bedoelde vermindering, dan wel, ingeval de belastingplichtige uit meer dan één mogendheid buitenlands inkomen geniet, het gezamenlijke bedrag van de verminderingen, kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan het bedrag van de belasting dat zonder de toepassing van dit landsbesluit volgens de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 verschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen.
4.
Indien een deel van het belastbaar inkomen, dat geen deel uitmaakt van het buitenlandse inkomen, wordt belast op de voet van artikel 24, tweede, derde en vierde lid, van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943, wordt dit gedeelte en de belasting die daarover verschuldigd zou zijn zonder toepassing van dit landsbesluit, voor de toepassing van het tweede lid buiten beschouwing gelaten.
Indien een deel van het belastbare inkomen dat behoort tot het buitenlandse inkomen dat op de voet van het in de vorige volzin genoemde artikelleden wordt belast, wordt de vermindering op de voet van het tweede en derde lid van dit artikel ter zake van dat deel van het buitenlandse inkomen op geen hoger bedrag vastgesteld dan de belasting die zonder toepassing van dit landsbesluit op de voet van artikel 24, tweede en derde lid, van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 daarover verschuldigd zou zijn.
5.
Onder de belasting die zonder de toepassing van dit landsbesluit volgens de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 verschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen wordt verstaan: de over het kalenderjaar op basis van artikel 24A, eerste lid, van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943, berekende verschuldigde belasting over het belastbare inkomen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943.
6.
Voor zover in enig kalenderjaar een bedrag aan vrij te stellen buitenlands inkomen, per mogendheid berekend, met inachtneming van de verrekening volgens het zevende lid, dat door toepassing van het tweede en het derde lid, niet leidt tot een vermindering van belasting over dat jaar, wordt dat bedrag overgebracht naar de vijf daaropvolgende jaren, te beginnen bij het eerstvolgende jaar.
7.
In het jaar waarnaar een overbrenging, als bedoeld in het vorige lid plaatsvindt, wordt voor de berekening van de in het tweede en derde lid bedoelde vermindering het buitenlands inkomen verhoogd met het over te brengen bedrag aan buitenlands inkomen. Het belastbare inkomen wordt niet verhoogd.
8.
Indien het buitenlands inkomen uit een mogendheid, berekend met inachtneming van de overbrenging op grond van het zesde lid negatief is, wordt het voor de toepassing van de vermindering bedoeld in het tweede en derde lid aangemerkt als negatief bestanddeel van het buitenlandse inkomen van de vijf daaropvolgende jaren, te beginnen bij het eerstvolgende jaar.
9.
Voor de toepassing van dit landsbesluit blijft te conserveren inkomen en de daarover verschuldigde belasting buiten beschouwing.
Voetnoten
P.B. 2002, no. 63.