Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/2803 van 23 oktober 2024 inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk europees luchtruim
Artikel 5 Taken van de nationale toezichthoudende instanties
Geldend
Geldend vanaf 01-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Inwerkingtreding
01-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Vervoersrecht / Europees vervoersrecht
1.
Een nationale toezichthoudende instantie verricht de taken die haar krachtens deze verordening en krachtens Verordening (EU) 2018/1139 en de op grond daarvan vastgestelde uitvoeringshandelingen worden toegewezen. Een nationale toezichthoudende instantie:
- a)
beoordeelt en houdt toezicht op de naleving van de eisen inzake financiële draagkracht, aansprakelijkheid, verzekeringsdekking, eigendom en organisatiestructuur als bedoeld in punt 7 van bijlage VIII bij Verordening (EU) 2018/1139 en van de eisen van de in artikel 43 van die verordening bedoelde uitvoeringshandelingen;
- b)
gaat na of aan de in artikel 8, lid 2, punt b), en artikel 11, lid 6, punt d), bedoelde nationale eisen inzake veiligheid en defensie wordt voldaan en of deze worden nageleefd door de dienstverleners, tenzij deze taak door de lidstaat aan een andere instantie wordt toevertrouwd; indien een lidstaat besluit deze taak aan een andere instantie toe te vertrouwen, stelt hij de Commissie daarvan in kennis;
- c)
draagt onverminderd Richtlijn 2014/25/EU en Richtlijn 2014/24/EU waar relevant en nodig bij aan de correcte toepassing van de aanbestedingsvereisten overeenkomstig artikel 11 van deze verordening;
- d)
beoordeelt de prijsstelling voor het verlenen van CIS en keurt deze goed, overeenkomstig artikel 12;
- e)
implementeert en monitort de prestatie- en de heffingsregeling overeenkomstig en binnen de grenzen van haar taken uit hoofde van de artikelen 21 tot en met 27 en 29 tot en met 32 en uit hoofde van de in de artikelen 28 en 33 bedoelde uitvoeringshandelingen;
- f)
houdt toezicht op de toepassing van deze verordening wat betreft de transparantie van de rekeningen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten overeenkomstig artikel 36.
Voor de toepassing van punt a) kan een lidstaat besluiten de beoordeling van en het toezicht op de naleving door de verlener van luchtvaartnavigatiediensten van de in dat punt genoemde eisen toe te vertrouwen aan zijn nationale bevoegde autoriteit, in welk geval de lidstaat ervoor zorgt dat die nationale bevoegde autoriteit over voldoende middelen en deskundigheid beschikt om die taken uit te voeren en de lidstaat de Commissie hiervan in kennis stelt.
2.
Elke nationale toezichthoudende instantie verricht, in samenwerking met de nationale bevoegde autoriteit, en onverminderd artikel 4, lid 5, de nodige toezichtsactiviteiten, waaronder, naargelang het geval, inspecties en audits om na te gaan of de krachtens deze verordening onder haar toezicht vallende entiteiten mogelijk de eisen van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde uitvoeringshandelingen niet hebben nageleefd.
Onverminderd artikel 5, lid 1, tweede alinea, van deze verordening verstrekt de nationale toezichthoudende instantie de nationale bevoegde autoriteit haar beoordeling van de naleving door de verlener van luchtvaartnavigatiediensten van de in punt 7 van bijlage VIII bij Verordening (EU) 2018/1139 genoemde eisen inzake financiële draagkracht, aansprakelijkheid, verzekeringsdekking, eigendom en organisatiestructuur. Die beoordeling omvat zo nodig een aanbeveling tot wijziging, beperking, opschorting of intrekking van het certificaat op grond van artikel 41 van Verordening (EU) 2018/1139.
Indien entiteiten die uit hoofde van deze verordening onder het toezicht van de nationale toezichthoudende instantie staan, andere eisen van deze verordening niet naleven, handhaaft de instantie de nodige corrigerende maatregelen.
De betrokken verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchthavenexploitanten en CIS-verleners voldoen aan alle door de nationale toezichthoudende instanties genomen handhavingsmaatregelen in dat verband.
3.
De lidstaten zorgen ervoor dat in beroep kan worden gegaan tegen de besluiten die nationale toezichthoudende instanties nemen op grond van dit artikel, overeenkomstig nationale wetgeving.