Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/2803 van 23 oktober 2024 inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk europees luchtruim
Artikel 29 Beginselen voor de heffingsregeling
Geldend
Geldend vanaf 01-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Inwerkingtreding
01-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Vervoersrecht / Europees vervoersrecht
1.
Onverminderd de mogelijkheid voor de lidstaten om het verlenen van de in dit artikel bedoelde luchtvaartnavigatiediensten met overheidsmiddelen te financieren, voor zover dit in overeenstemming is met de mededingingsregels van het Verdrag indien van toepassing, worden er heffingen voor luchtvaartnavigatiediensten vastgesteld, opgelegd aan de luchtruimgebruikers en gehandhaafd.
De bij dit artikel en de artikelen 30, 31 en 32 ingestelde heffingsregeling is in overeenstemming met artikel 15 van het Verdrag van Chicago. Voor en-routeheffingen zijn de bij deze verordening en de in artikel 33 bedoelde uitvoeringshandelingen opgezette heffingsregeling en het heffingssysteem van Eurocontrol voor en-routeheffingen consistent met elkaar.
2.
De artikelen 29 tot en met 36 zijn niet van toepassing op terminalluchtvaartnavigatiediensten die worden verleend op luchthavens met minder dan 80 000 IFR-luchtvervoersbewegingen per jaar die zich bevinden op het grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is. Een lidstaat kan echter besluiten dat dergelijke terminalluchtvaartnavigatiediensten wel onder die artikelen vallen.
3.
Heffingen worden gebaseerd op de kosten van uit hoofde van de artikelen 8 en 10 aangewezen verleners van luchtvaartnavigatiediensten die worden gemaakt voor het leveren van diensten en functies ten gunste van luchtruimgebruikers tijdens vaste referentieperioden, zoals vastgesteld in artikel 21, lid 3. Die kosten mogen een redelijk rendement op activa omvatten.
4.
Heffingen bevorderen de veilige, doelmatige, doeltreffende, daadwerkelijke en duurzame verlening van luchtvaartnavigatiediensten teneinde een hoog niveau van veiligheid en kostenefficiëntie te realiseren, en beperken daarnaast de milieu-impact van de luchtvaart helpen.
5.
Door een uit hoofde van de artikelen 8 en 10 aangewezen verlener van luchtvaartnavigatiediensten ontvangen inkomsten uit heffingen die overeenkomstig dit artikel aan luchtruimgebruikers worden opgelegd, mogen niet worden gebruikt voor de financiering van diensten die overeenkomstig artikel 11 onder marktvoorwaarden door die verlener van luchtvaartnavigatiediensten worden verleend, of voor de financiering van andere commerciële activiteiten van die dienstverlener.
6.
De financiële gegevens over bepaalde kosten, werkelijke kosten en daarmee verband houdende inkomsten van aangewezen verleners van luchtvaartnavigatiediensten worden gerapporteerd aan de nationale toezichthoudende instanties. Om de Commissie in staat te stellen haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, rapporteren de nationale toezichthoudende instanties die gegevens aan de Commissie overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen die zijn vastgesteld in de in artikel 33 bedoelde uitvoeringshandeling. Financiële gegevens over bepaalde kosten, werkelijke kosten en daarmee verband houdende inkomsten worden ter beschikking gesteld van luchtruimgebruikers en worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 52, lid 3.