Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 47 Gronden voor niet-inschrijving
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-07-2026.
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
Indien het Bureau bij zijn onderzoek overeenkomstig artikel 45 van deze verordening bemerkt dat het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd niet overeenstemt met de omschrijving in artikel 3, punt 1, van deze verordening dat het strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, of dat het, aangezien er geen toestemming is gegeven voor de registratie door de bevoegde autoriteiten, een oneigenlijk gebruik vormt van een in de artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs genoemde zaken, of van kentekenen, emblemen en wapens die niet onder artikel 6 ter van dat verdrag vallen en die in een lidstaat van bijzonder algemeen belang zijn, deelt het de aanvrager mee dat het model niet kan worden ingeschreven, met vermelding van de grond voor niet-inschrijving.
2.
In de in lid 1 bedoelde kennisgeving vermeldt het Bureau een termijn waarbinnen de aanvrager opmerkingen kan indienen, de aanvraag of de beelden waartegen bezwaar wordt gemaakt, kan intrekken, of een gewijzigde afbeelding van het model kan indienen die alleen in onbelangrijke details verschilt van de oorspronkelijk ingediende afbeelding.
3.
Indien de aanvrager er niet in slaagt de gronden voor niet-inschrijving op te heffen, wijst het Bureau de aanvraag af. Indien die gronden slechts op sommige modellen van een meervoudige aanvraag betrekking hebben, wijst het Bureau de aanvraag alleen met betrekking tot die modellen af.